De cijnspenning (ca. 1426) - Masaccio

Masaccio (1401-1428), De cijnspenning, ca. 1426, fresco, 246 x 597 cm, Brancaccikapel, Santa Maria del Carmine, Florence
Masaccio (1401-1428), De cijnspenning, ca. 1426, fresco, 246 x 597 cm, Brancaccikapel, Santa Maria del Carmine, Florence
Kunstenaar Masaccio
Land Italië
Stijl / Stroming / Periode renaissance /
15e eeuw
Locatie / Museum Brancaccikapel, Santa Maria
del Carmine, Florence, Italië

De cijnspenning van de Italiaan Masaccio geldt als een van de revolutionaire werken van de vroege renaissance. Masaccio maakte het in opdracht van de rijke zijdehandelaar Felice Brancacci (1382-1440), samen met andere fresco's voor een kapel in de kerk Santa Maria del Carmine in Florence. De kapel is naar de opdrachtgever genoemd. De frescocyclus, die de kunstenaar daar realiseerde bestond uit Bijbelse taferelen die te maken hebben met de zondeval, zoals De verdrijving van Adam en Eva uit de hof van Eden en fragmenten uit het leven van de apostel Petrus. Dat laatste is ook het geval in dit fresco.

Volgens het evangelie van Matteus arriveren Jezus en zijn volgelingen op een gegeven moment in Kapernaum. Daar benadert een tempelbediende de groep, die hen opdraagt belasting op last van de plaatselijke tempel te betalen. Hij staat in het midden op de voorgrond. We zien hem op de rug, gestoken in oranjekleurige kledij. Hij heeft zijn hand uitgestoken om het geld te innen. Jezus, die schuin links tegenover hem staat, zegt tegen Petrus, dat hij moet gaan vissen. Hij voorspelt dat in de bek van de eerste vis, die hij vangt voldoende betaalmiddel zal zitten om aan de verplichting van de belastinginner te kunnen voldoen. Midden links in de voorstelling zien we Petrus daarmee bezig. Masaccio wijst de beschouwer van het fresco met behulp van de wijzende vingers van Jezus en Petrus naar dit tweede deel van het verhaal. We zien daar hoe Petrus op zijn hurken zittend aan het water het muntstuk uit de bek van de vis haalt. Rechts zien we vervolgens hoe Petrus de munt aan de tollenaar betaalt. Ook naar dit derde deel van het verhaal wordt met behulp van gebaren gewezen. In dit geval door de rechterhand van de tempelbeambte. Op het fresco worden drie scènes verbeeld, die zich afspelen op verschillende momenten uit het Bijbelverhaal van de tollenaar, desondanks ziet het geheel er heel harmonisch en realistisch uit.

In het voor zijn tijd verregaande realisme uit zich de revolutionaire vernieuwing, die de vroege renaissance scheidt van de voorafgaande stijl van de gotiek. Masaccio bereikt dit op verschillende manieren. Het tafereel oogt heel ruimtelijk. Dat komt onder meer door de toepassing van lineair perspectief in de architectuur van de tempel rechts. Maar ook omdat Petrus aan het water verhoudingsgewijs, volgens het principe van het perspectief, gezien een stuk kleiner is weergegeven dan Jezus en de apostelen in het centrum van de voorstelling. Dit principe is structureel doorgevoerd. De bomen worden naar de achtergrond steeds kleiner en dunner. Iets van gelijke hoogte dat verder weg is, oogt in de verte immers kleiner. De hoge bergen op de achtergrond zijn consequent relatief klein weergegeven. Masaccio heeft daarnaast tevens het zogenaamde atmosferisch perspectief toegepast. In de verte is alles lichter en is er nagenoeg geen kleur waarneembaar. Dat klopt met de ervaringsregel dat kleuren in de verte vergrijzen. Op de voorgrond van de compositie heeft hij juist veel heldere felle kleuren gebruikt in de kleding van de personages. Hier treden bovendien grotere verschillen tussen licht en donker op. De figuren ogen driedimensionaal, ze zijn 'plastisch', zoals echte sculpturen. Deze plasticiteit heeft de schilder bereikt door de mensfiguren te modelleren met behulp van licht en schaduw. Ze ogen als echte mensen. Dit realiteitsgehalte wordt versterkt door het onderlinge menselijke contact, dat de figuren lijken te hebben. Jezus, en zijn apostelen wisselen blikken met elkaar uit. Daarmee doet de psychologie zijn intrede in de kunst, een van de belangrijkste vernieuwingen van de renaissance.