Zelfportret (1554) - Sofonisba Anguissola

Van onze redactie
   

Geboren omstreeks 1532 in Cremona werd Sofonisba Anguissola (ca. 1532-1625) vanaf haar veertiende opgeleid in het schilderen door Bernardo Campi, een locaal gerespecteerde kunstschilder van religieuze afbeeldingen en portretten. Het was niet zozeer de bedoeling van haar vader, Amilcare Anguissola, dat zij ook daadwerkelijk als kunstschilder aan de slag zou gaan. Wat hij vooral wilde was dat zij in de geest van haar tijd, de renaissance, en in overeenstemming met haar stand, werd opgevoed. Daarom kreeg ze samen met haar zus Elena een humanistisch georiënteerde opleiding, die paste bij haar hogere afkomst. Amilcare volgde het opvoedingsadvies uit het boek Il cortegiano (1528) van Baldassare Castiglione, waarin precies stond hoe jonge vrouwen van adel moesten worden opgevoed en opgeleid.

Sofonisba Anguissola (1530–1625), Zelfportret, 1554 , olieverf op populierenhout, 19.5 × 12.5 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen
Sofonisba Anguissola (1530–1625), Zelfportret, 1554 , olieverf op populierenhout, 19.5 × 12.5 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Sofonisba Anguissola blonk vooral uit in het maken van portretten, in het bijzonder zelfportretten. In dit zelfportret, geschilderd op tweeëntwintigjarige leeftijd, dat zich bevindt in Het Kunsthistorisches Museum in Wenen, heeft zij zichzelf in het donker gekleed afgebeeld met een klein boekje in haar hand. Het portret geeft uitdrukking aan het zogenaamde 'discretia modestia', wat wil zeggen dat een vrouw in haar tijd deugdzaam moest zijn. Deze deugdzaamheid was gekoppeld aan het maagdelijke. Daarom moesten vrouwen kuisheid betrachten. Tegelijkertijd moesten vrouwen ook over andere deugden beschikken. Zij moesten gehoorzaam, bescheiden en zwijgzaam zijn. Door middel van de soberheid en donkere kleur van haar kledij representeert de kunstenares de deugd van de bescheidenheid. In het kleine boekje dat zij vasthoudt staat geschreven "Sophonisba Angussola Virgo seipsam fecit 1554". Dit betekent letterlijk "Sofanisba Anguissola, een maagd, maakte dit zelf in 1554". In de vele zelfportretten, die Anguissola schilderde, komen de andere genoemde gewenste vrouwelijke deugden, steeds weer één voor één naar voren. 
Het talent van Sofonisba Anguissola werd in haar tijd al snel erkend, onder andere door Michelangelo, die zij in Rome persoonlijk ontmoette. Vier jaar na het schilderen van dit zelfportret kreeg haar leven een nogal spectaculaire wending. Omstreeks 1558 werd ze, nadat ze een portret van de hertog van Alva had geschilderd in Milaan, als hofdame en schilderdocent aangesteld aan het hof van Elizabeth van Valois, de koningin van Spanje en echtgenote van koning Philips II. De koningin was zelf een verdienstelijk amateurschilder en bewonderde het enorme talent van Anguissola, dat ze had onderkend in het portret van Alva, daarom wilde ze graag van Anguissola les krijgen. De kunstenares werd tevens officieel hofschilder van de koning en maakte jarenlang staatsieportretten en andere officiële stukken voor het Spaanse Koninklijk huis. Deze schilderijen zijn grotendeels bij een brand in het Prado tijdens de zeventiende eeuw verloren gegaan. Na de dood van de koningin, arrangeerde de koning een huwelijk voor Anguissola met de Italiaanse edelman Fabrizio de Moncada en zo keerde zij terug naar Italië, waar zij achtereenvolgens in Palermo, Pisa en Genua woonde. Ondanks haar vaders oorspronkelijke educatieve en pedagogisch verantwoorde bedoelingen werd Sofonisba Anguissola één van de belangrijkste portretschilders van Italië, met internationale reputatie, terwijl zij de voor haar tijd onwaarschijnlijke leeftijd van drieënnegentig jaar bereikte. Ze geldt als één van de eerste vrouwelijke beroepskunstenaars uit de geschiedenis. Eeuwenlang werden haar schilderijen ten onrechte toegeschreven aan haar beroemde mannelijke tijdgenoten zoals Titiaan en Leonardo da Vinci. Tijdens haar leven was zij echter een beroemdheid. Haar werk werd onder meer zeer gewaardeerd door de Italiaanse kunstcriticus en theoreticus Giovanni Paolo Lomazzo.  In 1624 werd de stokoude Anguissola bezocht en geconsulteerd door de nog jonge Vlaamse kunstenaar Anthonie van Dyck, die haar adviezen noteerde, en in zijn schetsboek een tekening maakte van Sofonisba Anguissola. De zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari roemde haar omdat ze niet alleen had leren tekenen en schilderen naar de natuur, en goed in staat was te kopiëren naar grote meesters, maar vooral omdat ze zelf 'uitzonderlijke en prachtige' schilderijen aan de mensheid had nagelaten.