Surrealisme

De verbeelding van de innerlijke waarheid

Van onze redactie
 
Droombeelden, absurdistische taferelen, raadselachtige combinaties van voorwerpen, de kunstenaars van het surrealisme roepen met hun vervreemdende werk soms ongemakkelijke gevoelens op bij de beschouwer. Door middel van droombeelden, en associaties, brachten de surrealisten beelden tot stand die uitdrukking gaven aan het irrationele en onderbewuste.

Salvador Dalí, De duurzaamheid van het geheugen, 1931. olieverf op linnen, 24 x33 cm. The Museum of Modern Art, New York.
Salvador Dalí, De duurzaamheid van het geheugen, 1931. olieverf op linnen, 24 x33 cm. The Museum of Modern Art, New York.

Het surrealisme ontstond in 1924 toen de Franse schrijver André Breton zijn ‘Premier manifeste du Surréalisme’ publiceerde in het tijdschrift De surrealistische revolutie. Hij geloofde in een hogere werkelijkheid, waarin droom en werkelijkheid samenkomen. Zijn manifest betekende tevens het einde voor het dadaïsme, de kunstenaarsbeweging waarin het irrationele en het toeval een grote rol spelen. Dit zijn ook kenmerken van het surrealisme. Spontane uitingen zonder tussenkomst van het verstand, het ‘psychisch automatisme’, is zowel in de surrealistische literatuur als in de beeldende kunst een belangrijk middel om uitdrukking te kunnen geven aan het onderbewustzijn.
 

Sigmund Freud en de innerlijke waarheid

De Oostenrijkse neuroloog Sigmund Freud was met zijn psychoanalyse een belangrijke inspiratie voor de surrealisten. Freud verklaarde dat het denken, voelen en handelen van de mens grotendeels bepaald wordt door het onderbewuste. Tijdens de slaap zouden onderdrukte gevoelens en verdrongen ervaringen in de vorm van dromen zich prijsgeven. De kunstenaars van het surrealisme probeerden dit onderbewuste aan te tonen door de droomwereld te verbeelden. Zij droegen 'innerlijke waarheid' hoog in het vaandel. Kunstenaars als Salvador Dalí, René Magritte en Max Ernst lieten zich inspireren door de schilderijen van Giorgio de Chirico. Met zijn spel met perspectieven weet hij de beschouwer te desoriënteren en een mysterieuze sfeer op te roepen. Andere belangrijke namen binnen het surrealisme zijn de kunstschilders Joan Miró, Frida Kahlo, Meret Oppenheim, Paul Delvaux en de beeldhouwers Jean Arp (Hans Arp) en Alberto Giacometti. Joop Moesman en Willem Wagenaar behoren tot de Nederlandse surrealisten. Een aparte positie neemt de Duitse kunstenaar Hans Bellmer in, met zijn poppen. Zie daarvoor De pop uit de periode 1932-1945. Het surrealisme begint als Europese kunststroming, maar vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog emigreren veel kunstenaars naar de Verenigde Staten, waardoor het surrealisme zich ook daar verspreidt en inspiratiebron wordt voor Jackson Pollock en andere kunstenaars van het abstract expressionisme. Het surrealisme kent tot in de jaren vijftig haar bloeitijd, maar blijft tot ver in de twintigste eeuw een aanknopingspunt voor jonge kunstenaars.