School van Barbizon

Van onze redactie
  

De groep kunstschilders van de School van Barbizon is ontstaan toen Théodore Rousseau en Jean-François Millet zich halverwege de negentiende eeuw vestigden in Barbizon, een dorpje ten zuiden van Parijs, gelegen in de bossen van Fontainebleau.

Théodore Rousseau, Hut in het bos van Fontainebleau, ca. 1855, olieverf op doek, 34 x 42 cm, Thyssen-Bornemisza Museum
Théodore Rousseau, Hut in het bos van Fontainebleau, ca. 1855, olieverf op doek, 34 x 42 cm, Thyssen-Bornemisza Museum

Rousseau en Millet schilderden in de vrije natuur en al spoedig sloten andere kunstenaars zich bij hen aan, zoals Jean-Baptiste Camille Corot, Charles-François Daubigny, Narcisse Virgillio Díaz, Jules DupréJohan Barthold Jongkind en Constant Troyon. De groep die zo ontstond wordt de School van Barbizon genoemd. Ze werkten in de periode van de romantiek, waarin het landschap werd toegepast als achtergrond, in een geïdealiseerde compositie. De kunstenaars van de School van Barbizon kozen echter de natuur zelf als hun hoofdonderwerp, zonder deze te willen idealiseren. Dit was een revolutionaire benadering van het landschap, welke onder andere geïnspireerd was door het werk van de Engelse landschapschilder John Constable. De School van Barbizon vond aansluiting bij het opkomende realisme, waarvan de kunstenaars zich ook afzetten tegen de academische benadering van kunst, zoals die op de officiële Salons van Parijs geëxposeerd werd. De School van Barbizon heeft haar wortels tevens in de romantische Hollandse traditie. De schilders van Barbizon schilderden met een losse penseelstreek en gebruikten lichte kleuren. Ze schilderden de natuur, zoals deze op hen over kwam, en ze beschouwden de natuur als volwaardig onderwerp van het schilderij. Omdat er rechtstreeks buiten naar de natuur werd geschilderd, wordt de School van Barbizon vaak beschouwd als de voorloper van het impressionisme.
 

Gerelateerde kunstwerken