Pointillisme

Een reactie op het impressionisme

Van onze redactie
 
Halverwege de jaren tachtig van de negentiende eeuw ontstond er een beweging van jonge kunstenaars als reactie op het impressionisme. Deze beweging wordt ook wel aangeduid als neo-impressionisme of divisionisme. De kunstenaars van het impressionisme gaven in snel opgebrachte toetsen hun indruk weer van het buitenleven, de vrijetijdsbesteding en het dagelijks leven van gewone burgers. Ze waren zeer geïnteresseerd in het weergeven van het licht, sfeer en de weersgesteldheid.

Paul Signac (1863-1935), Opus 217. Against the Enamel of a Background Rhythmic with Beats and Angles, Tones and Tints, Portrait of M. Félix Fénéon in 1890, 1890, olieverf op doek, 74 x 93 cm, privécollectie
Paul Signac (1863-1935), Opus 217. Against the Enamel of a Background Rhythmic with Beats and Angles, Tones and Tints, Portrait of M. Félix Fénéon in 1890, 1890, olieverf op doek, 74 x 93 cm, privécollectie

De techniek van het pointillisme

Wat de neo-impressionisten stoorden was het ontbreken van thematische diepgang aan het werk van de impressionisten. Het pointillisme is een van de genoemde reacties op het impressionisme. De schildertechniek, die door de pointillisten wordt toegepast, is ontwikkeld door de Franse kunstenaar Georges Seurat, die in eerste instantie zelf spreekt van ‘chromoluminarisme’. De verf wordt in korte kleine verfstreken aangebracht op het doek. In latere werken worden dat steeds duidelijker kleurstippen. In veel schilderijen worden deze stippen en korte verftoetsjes echter gecombineerd. De verf is zuiver van kleur. Door het snel wisselen en vlak naast elkaar plaatsen van verschillende zuivere kleuren, lijken de kleuren zich optisch - zeker bij waarneming op afstand- met elkaar te vermengen. Hierdoor kunnen kleurnuances gemaakt worden. De schildermethode van het pointillisme maakt het mogelijk om met een beperkt aantal heldere kleuren een hele voorstelling te creëren.
 

Kleurenleer, studie en systematiek

De kunstenaars rondom Seurat hielden van decoratieve elementen. Dit is terug te zien in het portret dat de kunstschilder Paul Signac vervaardigde van kunstcriticus Félix Fénéon, de man die de term neo-impressionisme introduceerde (zie afbeelding). De spiraalachtige vorm is geïnspireerd op patronen uit Japanse prenten en op de ideeën van kleurtheoreticus Charles Blanc.
In het geval van het pointillisme wijkt de onderwerpskeuze niet drastisch af van het impressionisme. Maar de nieuwe methode biedt een nieuwe invalshoek voor kunstenaars. Het schilderij wordt niet meer spontaan en schetsmatig geschilderd, maar eerder op een systematische, bijna wetenschappelijke wijze gecreëerd. De werkwijze is bijzonder tijdrovend en er komt de nodige theoretische kennis bij kijken. Er moet gestudeerd worden naar de waarneming en men moet zich verdiepen in kleurenleer. In hun studies vonden de pointillisten de diepgang terug, die zij misten in de vrijblijvendheid van het impressionisme. Als meesterwerk in de pointillistische techniek geldt het schilderij Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte, waaraan Seurat twee jaar werkte.
De bekendste kunstschilders van het pointillisme zijn naast de genoemde Franse kunstenaars Georges Seurat en Paul Signac: de Belg Théo van Rysselberghe, de Deen Camille Pisarro, de Italiaan Giovanni Segantini en de Fransman Édouard Vuillard. Ook de Nederlandse kunstenaars Vincent van Gogh en Jan Toorop schilderden een korte periode in de pointillistische stijl.

SCHILDERIJEN POINTILLISME