Pop Art (Amerikaans)

De massacultuur tot kunst verheven

Van onze redactie
 
De term 'pop art' wordt vaak onmiddellijk geassocieerd met de kunstwerken van Roy Lichtenstein en Andy Warhol, kunstenaars die gerekend worden tot de Amerikaanse pop art. De oorsprong van de benaming pop art ligt echter in Engeland.

Roy Lichtenstein, Drowning Girl, 1963, olieverf en synthetische polymeerverf op doek, 172 x 170 cm
Roy Lichtenstein, Drowning Girl, 1963, olieverf en synthetische polymeerverf op doek, 172 x 170 cm

Het werk van de Britse kunstenaars Richard Hamilton, Peter Blake en Eduardo Paolozzi werd in 1956 voor het eerst bestempeld als pop art door de Britse kunstcriticus Lawrence Alloway. Het eerste pop art kunstwerk dat een iconische status kreeg, betreft een collage van Richard Hamilton uit 1956, getiteld Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different So Appealing? 
Pop art ontwikkelde zich zowel in Amerika als in Europa, maar wel onafhankelijk van elkaar. In Europa ligt het zwaartepunt van de pop art in Engeland. Een bekende kunstenaar van de zogenaamde tweede generatie pop art-kunstenaars in Engeland is David Hockney. Enkele Nederlandse kunstenaars die geassocieerd worden met de pop art zijn Wim T. Schippers, Reinier Lucassen en Woody van Amen. In New York kwam het begrip pop art tot leven in de vroege jaren zestig. De eerste tekenen van deze stijl waren al zichtbaar in het werk van de kunstenaars Jasper Johns en Robert Rauschenberg, dat ook wel als neodada wordt aangeduid. De pop art beweging wordt gekenmerkt door onderwerpen uit de massacultuur. Denk hierbij aan reclame, populaire magazines, close ups uit films, grafische vormgeving, strips, en in een later stadium de opkomst van de televisie. De kunstenaars reageerden onder andere op de stortvloed van beelden en informatie die de moderne elektronische technieken veroorzaakten.
 

'Fabriekswerk' gemaakt in het kunstschildersatelier

Volgens kunstcriticus Henry Geldzahler moeten de schilderijen van Roy Lichtenstein, Andy Warhol en James Rosenquist in de jaren 1961-64 gezien worden als de werken, welke het brandpunt vormen van de Amerikaanse pop art beweging. Deze werken kennen sinds hun presentatie dan ook grote internationale befaamdheid. Van Lichtenstein zijn voornamelijk de schilderijen beroemd waarbij hij zijn beeldtaal ontleend aan de strip. Zie daarvoor bijvoorbeeld bovenstaande afbeelding van het werk Drowning Girl uit 1963. Hoewel het er op het eerste gezicht uitziet als een gedrukte afbeelding, vervaardigde hij zijn schilderijen toch echt met behulp van olieverf en synthetische polymeerverf, een soort acrylverf. Hij gebruikte een speciale techniek, waarbij hij de verf in kleine stippen aanbrengt. De door hem gevolgde procedure zou je kunnen zien als een citaat van de techniek van de zogenaamde 'benday dots', die wordt toegepast in machinaal drukwerk. Met behulp van vier kleuren, blauw, rood, geel en zwart, worden kleine stipjes op dusdanige manier naast of over elkaar geplaatst, dat het mogelijk is andere kleuren visueel op te roepen. Deze manier van kleurendruk is bedacht om zo veel mogelijk afdrukken te kunnen maken. Lichtenstein reageert op de massacultuur door dit proces op een overigens zeer bewerkelijke manier op een doek van groot formaat vast te leggen.
 

Andy Warhol, 210 Coca-Cola flessen, 1962, zeefdrukinkt en synthetische polymeerverf op doek, 210 x 270 cm. Collectie Martin en Janet Blinder
Andy Warhol, 210 Coca-Cola flessen, 1962, zeefdrukinkt en synthetische polymeerverf op doek, 210 x 270 cm. Collectie Martin en Janet Blinder

Wanneer we aan het werk van Andy Warhol denken, staan voor velen vooral zijn zeefdrukken van soepblikken, colaflesjes, en de portretten van Marilyn Monroe en Elvis Presley op het netvlies. De zeefdruktechniek wordt normaal gesproken voornamelijk in de zakelijke grafische wereld gebruikt. Het biedt immers de mogelijkheid tot massaproductie, waar de pop art kunstenaars zich specifiek voor interesseerden. In 210 Coca-Cola flessen van Warhol is het belang van de herhaling en de verzameling opvallend. De kunstenaar lijkt hier vooral de aandacht van de beschouwer op te willen vestigen.
 

Geen kunst?

Veel critici wisten niet goed wat ze met het werk van de pop art kunstenaars aan moesten. Sommigen voelden zich zelfs beledigd en bestempelden de beweging als antikunst of non-kunst. De pop art was voor de critici vooral zo lastig te beoordelen, omdat de kunststroming zich niet expliciet kritisch uitsprak tegen de consumptieve cultuurverschijnselen. De werken wekken vaak de indruk juist eerder een verheerlijking van het consumentisme te zijn. De beeldtaal van deze kunstenaars lijkt onpersoonlijk, banaal en oppervlakkig van aard. Toch is er wel degelijk sprake van een kritische noot in het werk van de pop art kunstenaars. Het was echter kritiek op de modernistische stijl die de kunstwereld overheerste na de Tweede Wereldoorlog. De pop art kunstenaars zetten zich af tegen de in hun ogen te serieus genomen stijl van het abstract expressionisme, van kunstenaars als Barnett Newman, Mark Rothko en Jackson Pollock, die in die tijd door musea en critici wereldwijd bijna kritiekloos werden bewierookt.