Fluxus

'Aantonen dat alles kunst kan zijn en dat iedereen het kan maken'

Van onze redactie
 
De kunstenaars van Fluxus streefden naar eenheid van kunst en leven. Dit kwam tot uiting in hun performances, festivals en happenings. Fluxuskunstenaars werkten in uiteenlopende disciplines en stijlen.

Yoko Ono, Cut piece, 1965
Yoko Ono, Cut piece, 1965

De grote overeenkomst tussen de verschillende kunstenaars van Fluxus is hun argwaan tegenover invloedrijke mechanismen binnen de kunstwereld. Op de eerste plaats de kunstmarkt, waar het kunstwerk als commercieel artikel behandeld wordt. Op de tweede plaats grote instituten, zoals musea die met hun imposante gebouwen de kunst gescheiden, en ver van het dagelijks leven houden. De Fluxusbeweging stak graag de draak met machtige instituten en met belangrijk geachte personen, die bepalen wat kunst is en wat niet. Net als de kunstenaars van land art, arte povera, pop art en conceptuele kunst maakten zij daarom kunstwerken, die vanwege hun uitvoering onverkoopbaar waren, en vervaardigd waren uit materiaal dat nauwelijks financiële waarde had. Met hun performances en happenings hadden de Fluxuskunstenaars een manier gevonden om de kunstmarkt te ondermijnen op een vaak humoristische ludieke manier. Van het publiek werd actieve medewerking gevraagd. Een voorbeeld daarvan is de performance Cut Piece (zie afbeelding) van Yoko Ono uit 1965. De kunstenares zit op een podium en ondergaat zwijgend hoe mensen uit haar publiek, één voor één, met een schaar stukken van haar kleding afknippen.
 

Oprichter Maciunas

Fluxus wordt in 1962 opgericht door de in Litouwen geboren Amerikaanse kunstenaar George Maciunas. In dat jaar vindt het eerste Fluxusfestival plaats in Wiesbaden, waar Maciunas ook aanwezig is. Hij werkte op dat moment in deze Duitse stad als ontwerper bij een Amerikaanse luchtmachtbasis. Maciunas was de theoreticus van Fluxus. Hij schreef manifesten en teksten waarin uiteengezet werd, waar Fluxus voor stond. In 1963 richtte hij zich in zijn manifest 'Zuiver, propageer, ontsteek' tot kunstenaars: “Propageer een revolutionaire vloed en tij in de kunst. Promoot levende kunst, anti-kunst, propageer een niet-artistieke realiteit die wordt begrepen door alle mensen, niet alleen door critici, dilettanten en professionals” (Bron: Thomas Kellein, The Dream of Fluxus. George Maciunas. An Artist’s Biography, Londen en Bangkok, 2007).
In een manifest uit 1965 verklaarde hij met minder hoogdravende woorden dat het de taak van de kunstenaar was om “aan te tonen dat alles kunst kan zijn en dat iedereen het kan maken". Hij bracht kunstenaars bij elkaar van verschillende nationaliteiten, die werkzaam waren in verscheidene disciplines, onder de noemer Fluxus. De samenwerking tussen verschillende kunstenaars is een belangrijk onderdeel van de beweging. Zij ontmoetten elkaar in verschillende steden, en voerden happenings uit, die weer door collega-kunstenaars elders waren bedacht. Belangrijke Fluxuskunstenaars zijn onder andere George Brecht, Dick Higgings, Nam June Paik, Daniel Spoerri, Allan Kaprow, Wolf Vostell, Ben Vautier en La Monte Young. Ook Joseph Beuys was zijdelings bij Fluxus betrokken. Vanuit Nederland waren Stanley Brouwn, Ger van Elk, Willem de Ridder en Wim T. Schippers actief in de Fluxusbeweging.
 

Colleges van John Cage

De samenwerking had een informeel en vaak speels karakter. Geestverwante kunstenaars van verschillende pluimage wisselden ideeën uit. De experimentele componist John Cage was voor velen van hen een grote inspiratiebron, ook voor Maciunas. Door de colleges van Cage aan het Black Mountain College en aan de New School for Social Research in New York was hij geliefd bij Amerikaanse componisten en kunstenaars. In Europa breidde zijn invloed uit, als gevolg van zijn tour door Europa in 1958 en 1959. De colleges fungeerden als prototype voor de latere informele samenwerkingsverbanden tussen Fluxuskunstenaars. Er was geen traditionele setting waarin de docent vertelt en de leerling luistert, maar een samenspel van toevalligheden via muziek, performances en poëzie. Naast de muziek van John Cage liggen het dadaïsme en de 'readymade' van Duchamp, het al bestaande voorwerp dat tot kunst wordt verheven, ten grondslag aan Fluxus.
De happenings van de Fluxusbeweging bestonden uit instructies, op papier geschreven, die moesten worden uitgevoerd door anderen. Fluxus kent een breed repertoire. Zo werden er naast performances en happenings onder andere tentoonstellingen, kranten, films, bloemlezingen, spelletjes, concerten, tours, bruiloften en echtscheidingen onder het mom van Fluxus uitgevoerd. De jaren zestig en zeventig waren de hoogtijdagen voor Fluxus, maar tegenwoordig zijn er nog steeds Fluxuskunstenaars actief, die ook van nieuwe technologieën, zoals het internet, gebruik maken.