Abstract expressionisme

Uiting van gevoel met behulp van abstracte beeldtaal

Van onze redactie
  

Net als de kunstenaars van het expressionisme uit het begin van de twintigste eeuw, beschouwden de abstract expressionisten de emotie van de kunstenaar en zijn zielenroerselen als het belangrijkste onderwerp van de schilderkunst. Vooral abstracte beeldtaal was volgens de abstract expressionisten bij uitstek geschikt om de universele thematiek van het tragische en het tijdsloze weer te kunnen geven. Kunstcriticus Robert Coates herintroduceerde de term abstract expressionisme in 1946 in verband met het werk van Arshile Gorky, Jackson Pollock en Willem de Kooning. Herintroduceerde, want de term was al eens gebruikt om de vroege abstracte schilderkunst van Wassily Kandinsky te beschrijven in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Franz Kline, Orange Outline, 1955, olieverf op karton op doek, 96.5 x 101.6 cm, North Carolina Museum of Art
Franz Kline, Orange Outline, 1955, olieverf op karton op doek, 96.5 x 101.6 cm, North Carolina Museum of Art

Abstract expressionisme was de eerste vernieuwende stijl na de Tweede Wereldoorlog en had specifiek New York als bakermat. Het was niet de enige term, die gebruikt werd voor het werk van Amerikaanse kunstenaars uit de jaren veertig en vijftig, die abstract schilderden, veelal met groot gebaar, om hun gevoel om te zetten in kleur, vorm en textuur. Harold Rosenburg sprak in zijn artikel 'The American Action Painters', gepubliceerd in ARTnews (1952) over action painting. Het ging de criticus in zijn artikel vooral om de schilderijen van Franz Kline, De Kooning en Pollock. De handeling van het schilderen staat bij deze kunstenaars centraal. Pollock legde zijn schilderdoeken plat op de grond en liet de verf er op druipen, het leverde hem de bijnaam 'Jack the Dripper' op. Naast 'drippings', maakte Pollock ook 'pourings', waarbij hij gebruik maakte van door hemzelf ontwikkelde giettechnieken. Naast Rosenburg was ook de Amerikaanse kunstcriticus Clement Greenberg een belangrijke voorvechter van het abstract expressionisme. Naast action painting wordt ook de term color field painting gebruikt, voor het werk van Barnett Newman, Mark Rothko en Clyfford Still. Het gaat deze kunstenaars om de emotionele werking van kleur, toegepast in de vorm van schilderijen met slechts enkele monumentale veelal eenkleurige vlakken. Al zijn deze ogenschijnlijk egale vlakken meestal opgebouwd uit een rijke gelaagdheid aan kleuren, die elkaar in tint benaderen. De vlakken werden - door kunstenaars als Newman en Rothko - opgebouwd uit meerdere na elkaar opgebrachte lagen.

Abstract expressionisme staat tevens bekend onder de benamingen New York School, First Generation American Painting en American-Type Painting. In de Verenigde Staten had men eeuwenlang de Europese kunststijlen overgenomen, niet vreemd aangezien Amerika een land van immigranten is. Het abstract expressionisme was de eerste Amerikaanse stijl, welke een beslissende stempel op de kunstwereld wist te drukken, vandaar de laatste twee benamingen, waarin het woord 'American' is opgenomen. Stijlen in Europa, die in de jaren vijftig verwantschap vertonen met het abstract expressionisme zijn Cobra en lyrische abstractie, welke ook bekend staat onder de term tachisme. Abstract expressionisme en lyrische abstractie worden samen ook wel aangeduid als informele schilderkunst (art informel), ontleend aan een essay uit 1950 van Michel Tapié.
De kunst van de abstracte expressionisten werd in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw niet alleen ondersteund door critici als Greenberg en Rosenburg. Peggy Guggenheim exposeerde de kunstwerken van deze beweging in haar galerie Art of This Century Gallery, welke tussen 1942 en 1947 in New York heeft bestaan. In 1951 organiseerde het Museum of Modern Art te New York de expositie 'Abstract Painting and Sculpture in America', dit betekende museale en institutionele erkenning voor de abstract expressionisten. Het abstracte expressionisme heeft vooral betrekking op schilderkunst, toch werkten ook enkele fotografen en beeldhouwers in deze stijl, zoals de beeldhouwer David Smith, die assemblages en beelden maakte van ijzer en staal. Eind jaren vijftig overheerste de stijl van het abstract expressionisme museale presentaties in Amerika en Europa, mede dankzij de tentoonstelling 'The New American Painting', welke door het Museum of Modern Art was samengesteld. Een nieuwe generatie kunstenaars verzetten zich tegen de opvattingen en het werk van de abstract expressionisten en er ontstonden als reactie nieuwe stijlen als minimal art, neodada, nouveau réalisme en pop art. Ook ontstond er bij deze generatie aandacht voor andere kunstvormen dan schilderkunst, zoals performance, videokunst en body art.

Jackson Pollock, Number 3, 1949, enamel en olieverf op doek, 157.5 x 94.6 cm, Hirshhorn Museum and Sculpture Garden, Washington DC
Jackson Pollock, Number 3, 1949, enamel en olieverf op doek, 157.5 x 94.6 cm, Hirshhorn Museum and Sculpture Garden, Washington DC

Invloed van Europese kunstenaars en het surrealisme

De kunstenaars van het abstract expressionisme waren opgegroeid tijdens de Amerikaanse Depressie en de Tweede Wereldoorlog. Dit betekende dat zij weinig waarde hechten aan de ideologieën, die volgens hen ten grondslag hadden gelegen aan deze gebeurtenissen, zoals het socialisme en nationalisme. Stijlen, die hiermee in verband konden worden gebracht werden daarom door de nieuwe aanstormende avant-garde verworpen, zoals de geometrische abstractie, het sociaal realisme en het Amerikaanse regionalisme. De kunstenaars kwamen, doordat vele Europese kunstenaars waren gevlucht voor het naziregime, in aanraking met de kunstenaars van het surrealisme. André Breton, de voorman van het surrealisme organiseerde in 1942 in New York bijvoorbeeld de tentoonstelling 'The First Papers of Surrealism', waaraan ook Marcel Duchamp een belangrijke bijdrage leverde. Naast Breton waren ook Max Ernst, André Masson, Roberto Matta en Yves Tanguy naar Amerika uitgeweken. In New York bestond in kunstenaarskringen eind jaren dertig en begin jaren veertig interesse voor de theorieën van Carl Jung en zijn uitgangspunt van het collectief onderbewuste. De surrealistische methode van het 'psychisch automatisme' - ontwikkeld door Ernst en Masson - waar de kunstenaars uit New York mee in aanraking kwamen, inspireerde jonge Amerikaanse kunstenaars als bijvoorbeeld Gorky en Pollock. Het ongeleid - tegelijkertijd automatisch en procesmatig - tekenen en schilderen, waar het hier over gaat, zou er namelijk niet alleen voor zorgen dat de kunstenaar zichzelf ontdekt en zijn emoties weet te sublimeren in kunst, maar ook dat het collectief onderbewuste van Jung, bestaande uit door de mensheid gedeelde mythen, oerbeelden en symbolen, tot uitdrukking kan worden gebracht door kunst. In de ogen van de kunstenaars kreeg het kunstenaarschap een heroïsche status als de kunstenaar het voor elkaar kon krijgen, om een abstracte symbolische beeldtaal te ontwikkelen, welke een persoonlijke expressie was en tegelijkertijd een weerslag van het collectief onderbewuste. In het abstract expressionistische werk van Gorky zien we specifiek de invloed terug van de abstract werkende surrealist Joan Miró en zijn abstract organische ('biomorfe') beeldtaal. Naast het surrealisme oefende ook Picasso en het kubisme, Mondriaan, die zichzelf ook in New York had gevestigd en de abstractie van Kandinsky invloed uit op de jonge avant-garde te New York. Belangrijk verschil tussen de Europese en de nieuwe Amerikaanse kunst was het formaat waarop gewerkt werd. De Amerikanen schilderden op zeer groot formaat.
 

Spirituele inhoud

Hoewel de kunst van de abstract expressionisten nauwelijks verwijzingen kent naar de herkenbare werkelijkheid, uitgezonderd misschien de serie vrouwen van Willem de Kooning uit de jaren vijftig, gaven de kunstenaars De Kooning, Newman, Pollock, Rothko en Still aan in interviews, krantenartikelen en een manifest aan, dat de inhoud belangrijk was van hun werk. Uitdrukking geven aan spiritualiteit vormde zeker een onderdeel van deze inhoud. Mark Rothko schilderde in 1965-66 een serie doeken voor de Rothko Chapel in Houston, die door het Amerikaanse echtpaar John en Dominique de Menil werd gefinancierd. Deze kapel wil een rustige omgeving bieden voor mensen met willekeurig welke religieuze overtuiging dan ook, om in te mediteren. De schilderijen van Rothko nodigen uit tot contemplatie. Hij wilde dezelfde religieuze ervaring oproepen bij de bezoekers van de Rothko kapel als welke traditionele kerkgebouwen weten op te roepen. Een dergelijk doel had Barnett Newmann voor ogen met zijn monumentale schilderij Cathedra uit 1951. Newman zocht via zijn werk naar 'de verborgen zin van het leven' en enig utopisch getint optimisme was hem niet vreemd bij zijn verklaring in 1962, dat als mensen zich goed bewust zouden worden van zijn schilderijen er vanzelf een einde zou komen aan de uitwassen van het kapitalisme en aan totalitaire regimes. Een utopisme dat doet denken aan dat van de kunstenaars van De Stijl en het Russisch constructivisme in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, waarvan de kunstenaars ook hoge verwachtingen koesterden van de helende impact van hun kunst op de politiek en de samenleving. Ook aan het werk van De Kooning ligt een zekere spiritualiteit ten grondslag, hij zei te streven naar 'de vereniging tussen zichzelf en het universum'. Pollock, Rothko en Still maakten hun kunst vooral om de eigen gevoelens uit te drukken. Hun innerlijke elementaire emoties, die eventueel aangevoeld zou kunnen worden door de medemens, vormde de inhoud van hun schilderkunst.
Kunstenaar welke tot het abstract expressionisme gerekend kunnen worden, voor zover nog niet genoemd zijn: Josef Albers, William Baziotes, Sam Francis, Helen Frankenthaler, Adolph Gottlieb (zie van Gottlieb het schilderij Blast I uit 1957), Philip Guston, Hans Hofmann, Lee Krasner, Robert Motherwell (zie van Motherwell het schilderij Elegie op de Spaanse Republiek, 108), Jules Olitski, Ad Reinhardt, Mark Tobey en Cy Twombly.