William Turner (1775 – 1851)

Het verhaal van een succesvol en gerespecteerd kunstenaar

Van onze redactie
 
Misschien wel de bekendste kunstschilder van de Engelse romantiek, William Turner, is vooral beroemd vanwege zijn woeste landschappen en zeegezichten.

William Turner, The Burning of the Houses of Lords and Commons, October 16, 1834, 1834/ 1835, Philadelphia Museum of Art, Philadelphia.
William Turner, The Burning of the Houses of Lords and Commons, October 16, 1834, 1834/ 1835, Philadelphia Museum of Art, Philadelphia.

In een wijk in het hart van Londen, in 1775, kwam William Turner ter wereld. Hij begon al vroeg met tekenen. Hij had het geluk dat zijn ouders erg enthousiast waren over zijn talenten. Hij kreeg daarom alle ruimte om deze te ontwikkelen. Zo kwam het dat hij vaak te vinden was in de omliggende straatjes van Covent Garden en op het platteland van Oxford, tekenend in zijn schetsboek. Zijn vader, die pruikenmaker en later barbier was, had een belangrijke rol in het leven van de jonge William. Vele tekeningen uit die prille tijd hingen in de kapperszaak van zijn vader, waar er zo nu en dan één werd verkocht aan een belangstellende klant. Ook wanneer Turner ouder is, blijft de vader van Turner een belangrijke ondersteunende rol voor de kunstenaar vervullen. Hij regelde zaken op de achtergrond en zou paletten hebben klaargelegd en schilderdoeken hebben opgespannen. Hierdoor kon Turner zich volledig op het schilderen richten.
 

In dienst van architecten

Al snel werd Turner opgemerkt door architecten, die van zijn diensten als tekenaar gebruik maakten. Hij ging in de leer bij Thomas Malton, een Engelse schilder, die topografische en architectonische taferelen schilderde. Turner maakte naturalistische achtergronden bij uitgewerkte perspectivische tekeningen van gebouwen. Ook werd hij voorwaardelijk aangenomen op de Royal Academy in Londen. In 1796 heeft Turner zijn eerste tentoonstelling voor het Britse publiek, en dat was meteen een succes. In 1799 ziet hij het werk van Claude Lorrain, een Franse schilder uit de periode van de barok. Vooral één schilderij van Lorrain, van een zeehaven, zou Turner bijzonder hebben aangegrepen.
 
 

Het ging om het schilderen, niet om het eindresultaat

Toen Turner in 1804 zijn eigen galerie opende was hij al een bekende kunstenaar. Dit was de periode waarin hij begon te experimenteren met nieuwe kunstschildertechnieken. De kunstenaar werkte met uiteenlopende soorten verf. Kennis over duurzaamheid en kleurechtheid van pigmenten stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Karmijnrode pigmenten bijvoorbeeld met een heel intense kleurkracht doofden binnen korte tijd uit tot roodbruine vlekken. Volgens Joyce Townsend, wetenschappelijk hoofdconservator van Tate Britain in Londen, was Turner er niet in geïnteresseerd of zijn doeken de eeuwigheid zouden kunnen doorstaan. Ooit wees dhr. Winsor - van de tegenwoordig zo bekende verffabrikant Winsor & Newton - de kunstenaar op de nadelen van een aantal pigmenten, welke hij in zijn winkel had aangekocht. "U weet dat ze niet duurzaam zijn," merkte Winsor op. Maar Turner bleek niet geïnteresseerd in dit ongevraagd advies en zou hem zelfs gevraagd hebben zich niet met zijn zaken te bemoeien. De manier waarop Turner schilderde leek meer om het schilderen zelf te gaan dan om het eindresultaat. Hij zette zijn schilderijen regelmatig in een stoffige, vochtige hoek van de kamer, waar de werken waren overgeleverd aan schimmel. Hij zou zelfs een provisorisch kattenluik hebben gemaakt in een van zijn doeken voor zijn zeven Manx katten. John Ruskin, een bevriende kunstcriticus, zei: “Geen enkel schilderij van Turner is een maand na voltooiing nog perfect.”
Turner is beroemd vanwege zijn latere werk, waarop de zo kenmerkende mysterieuze wolken van licht en stof te zien zijn, welke de voorstelling van zijn werk in nevelen lijkt te hullen. De kritiek op zijn werk was dan ook dat hij liever de ruimte tussen de dingen onderzocht dan de dingen zelf. Na het bestuderen van de kleurenleer van Goethe in 1840, realiseerde Turner zich, dat hij deze kleurenleer zou kunnen integreren in zijn theorie over het samensmelten van materie. Hij maakte snelle spontane aquarellen waarin hij kleuren - 'nat-in-nat' schilderend - op elkaar liet reageren.
 

De 'Turnerprize'

Turner overleed op 19 december 1851 en ligt begraven in St. Paul's Cathedral naast de Engelse portretschilder Sir Joshua Reynolds. Hij is van invloed geweest op het werk van kunstenaars als Eugène Delacroix, de impressionist Claude Monet, terwijl ook de fauvist Henri Matisse het gebruik van licht en kleur in het werk van Turner bestudeerde.
In 1984 is de Turnerprize in het leven geroepen door de Tate Gallery in Londen. De prijs, die vernoemd is naar Turner, is bestemd voor Britse kunstenaars jonger dan vijftig jaar, en wordt jaarlijks uitgereikt. Winnaars van deze prestigieuze prijs zijn bijvoorbeeld land art kunstenaar Richard Long (1989), Young British Artist Damien Hirst (1995) en Douglas Gordon (1996) die bekend werd vanwege zijn videokunstwerk 24 Hours Psycho (1993).