Robert Rauschenberg (1925 – 2008)

Van onze redactie
  
In het werk van de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg en zijn vriend Jasper Johns, dienen zich de eerste signalen van pop art aan. Hun werk wordt echter ook wel aangeduid als neo-dada. Hoe dan ook, voor pop art kunstenaars van de vroege jaren zestig was het werk van Rauschenberg een belangrijke inspiratiebron. En nog altijd is zijn invloed zichtbaar in het werk van de New Yorkse school van de hedendaagse kunst, onder meer in het werk van kunstenaar David Salle.

Robert Rauschenberg, Estate, 1963, olieverf en zeefdrukinkt op doek, 240 x 178 cm, Philadelphia Museum of Art
Robert Rauschenberg, Estate, 1963, olieverf en zeefdrukinkt op doek, 240 x 178 cm, Philadelphia Museum of Art

Rauschenberg groeide op in de plaats Port Arthur in Texas, ten tijde van de Grote Depressie. Hij studeerde aan de Académie Julian in Parijs, het Black Mountain College en aan de Art Students League in New York. De vroege werken van Rauschenberg zijn nagenoeg allemaal verloren gegaan. Het suprematisme van Kasimir Malevich beleefde een opleving in Amerika rond 1950. Net als het beroemde Wit op Wit van de Russische kunstenaar uit 1918, schilderde Rauschenberg toen een aantal witte doeken. Ook de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni, voorloper van de arte povera, hield zich bezig met het maken van witte doeken. De interesse in dit soort werk kwam tot bloei in de jaren zestig, met de ontwikkeling van minimal art en conceptuele kunst, welke een zuivere, inhoudelijk tegenhanger wilde vormen tegen de heersende ‘banale’ pop art.
Rauschenberg maakte in 1952 en 1953 reizen door Spanje, Noord-Afrika en Italië. Terug in New York organiseerde hij happenings in de context van fluxus met onder andere avant-garde componist John Cage.
In 1955 vervaardigde hij zijn befaamde combinatieschilderijen ('combine paintings'). Het werk Bed is daar een goed voorbeeld van. Het werk bestaat uit een dekbed, een laken en een kussen, op hout bevestigd, aan de muur hangend. De kunstenaar wierp er tevens verf overheen, zijnde een expressieve behandeling van het materiaal, zoals Pollock en De Kooning, kunstenaars van het Amerikaanse abstract expressionisme dat deden. Een ander ‘combine’ is Monogram uit 1959, hierin staat een opgezette Angorageit, waarvan de kop beschilderd is, opgesteld op een plateau met om zijn middel een autoband. Door dit soort assemblages bracht Rauschenberg de beeldtaal van de kunstwerken van de kunstenaars van dada weer tot leven. Maar in tegenstelling tot de anti-kunsthouding van de dadakunstenaars, wilde Rauschenberg vooral het begrip kunst verruimen.
Hij was een veelzijdig kunstenaar. Het materiaal dat hij gebruikte voor zijn kunst, kon alles zijn wat hij maar tegenkwam. Deze eclectische manier van denken en werken is kenmerkend voor het postmodernisme. Ook was hij net als andere pop-art-kunstenaars betrokken bij performances. In 1963 werd de dans Pelican, waarvoor hij de choreografie schreef opgevoerd op het Popfestival in Washington.
Rauschenberg zette zich in voor de wereldvrede met zijn 'Rauschenberg Overseas Culture Inter-change', een zevenjarig project dat hij in 1984 startte. Zijn oeuvre is wereldwijd tentoongesteld, ondere op een aantal Documenta’s in Kassel en op de Biënnales van São Paulo en Parijs. Zijn werk was in 1961 voor het eerst in Nederland te zien, tijdens de beroemd geworden tentoonstelling Bewogen Beweging in het Stedelijk Museum van Amsterdam.