Piet Mondriaan (1872-1944)

Piet Mondriaan en de schoonheid van abstractie

Van onze redactie

Piet Mondriaan (1872-1944) maakt met zijn schilderkunst een aanzienlijke stijlontwikkeling door van impressionisme, via het symbolisme, richting de abstracte kunst.

Mondriaan is afkomstig uit een strengcalvinistische familie. Dit verklaart wellicht zijn latere toewijding tot het bereiken van de idealen van volmaakte zuiverheid, harmonie en soberheid. Zijn vader was hoofdonderwijzer aan de lagere school voor Christelijk National Onderwijs, eerst in Amersfoort en vanaf 1880 in Winterswijk. Piet Mondriaan gaat bij zijn vader naar school en volgt daarna een praktijkstudie tot tekenleraar aan een lagere school. Hij weet echter al dat hij kunstenaar wil worden, tegen de wil van zijn vader in. Op 18-jarige leeftijd heeft hij al zijn eerste tentoonstelling.
 

Piet Mondriaan. De rode boom, 1908-10, olieverf op doek, 70 x 99 cm, Haags Gemeentemuseum
Piet Mondriaan. De rode boom, 1908-10, olieverf op doek, 70 x 99 cm, Haags Gemeentemuseum

Mondriaans eerste fase – het schilderen van het landschap

Hij volgde zijn opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam en woont in bij de gereformeerde boekhandelaar J.A. Wormser in de Kalverstraat. Tijdens zijn opleiding wordt hij lid van de belangrijke Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae, waardoor het officiële tentoonstellingscircuit voor hem toegankelijk wordt. Een paar jaar later wordt hij ook lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging St. Lucas. Daarmee voert hij zijn mogelijkheden voor exposities nog verder op.
Rond 1898 werkt Mondriaan voornamelijk in opdracht voor particulieren. Zo schilderde hij traditionele portretten en gaf particulier onderwijs aan vrouwen uit welgestelde kringen. Tot twee maal toe waagde hij een poging zich voor de toelatingsexamens voor de Prix de Rome van de Rijksacademie in te schrijven. Hij zakte echter beide keren omdat hij tekort kwam volgens de jury met betrekking tot anatomie en het weergeven van het menselijk lichaam. Mondriaan legt zich vervolgens voornamelijk toe op de landschapsschilderkunst. Hij schildert landschappen in de Haagse en Amsterdamse tradities. Maar al gauw verwerkt hij een bepaalde ritmiek in zijn schilderijen en onderscheidt hij zich door de kleurstelling van zijn composities. De kleuren worden intenser en er ontstaat een zekere vlakheid in de weergave van zijn voorstellingen.
 

Mondriaan, Zee na zonsondergang, 1909, olieverf op paneel, 63,5 x 76 cm, collectie Haags Gemeentemuseum
Mondriaan, Zee na zonsondergang, 1909, olieverf op paneel, 63,5 x 76 cm, collectie Haags Gemeentemuseum

Theosofie als spirituele basis

Rond zijn 30ste levensjaar krijgt de kunstenaar belangstelling in geometrische grondvormen, zijn filosofie is, dat deze vormen de basis zijn van alles, ondanks dat deze in de natuur niet als zodanig voorkomen. Hij verdiept zich in theosofie en discussieert hierover met andere theosofen. Zijn landschappen beginnen zich te ontwikkelen in de richting van abstractie. De eerste tekenen van Mondriaans veranderende levensfilosofie en opvatting over kunst schemeren al in zijn werk door. In 1908 wordt hij lid van de Theosofische Vereniging en hij verdiept zich in yoga. Op het strand van de Zeeuwse badplaats Domburg wordt hij door de dochter van Jan Toorop, Charley, gesignaleerd in Boeddha-houding. Door zijn kennismaking met Jan Toorop wordt zijn interesse aangewakkerd voor het symbolisme. Hij gaat weer vrouwenportretten schilderen, en ook bloemen als symbool worden thema van zijn schilderijen. Met deze bloemen verbeeldt hij theosofische symbolen. Symbolen, die de eenheid van materie en geest moeten verbeelden. Het bekende drieluik Evolutie uit 1910/11 is een duidelijke afspiegeling van zijn theosofische gedachten. Het verbeeldt de drie stadia van het spirituele ontwaken.
 
 

Mondriaan, Schilderij III (ovale compositie), 1914, olieverf op linnen, 140 x 101 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam
Mondriaan, Schilderij III (ovale compositie), 1914, olieverf op linnen, 140 x 101 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Het zoeken naar ‘zuivere kleuren’

In dezelfde periode werkt hij aan schilderijen, waarin het kleurgebruik opvallend contrasteert. Het gaat om composities met kleurvlakken, die in grove, heldere toetsen zijn geschilderd. Hij zocht naar ‘zuivere kleuren’, en wilde afstand doen van de ‘natuurlijke kleuren’. De kleuren van de natuur konden volgens hem niet nagebootst worden op doek. In het voorjaar van 1908 exposeert Mondriaan zijn eerste werk in uitsluitend primaire kleuren rood, geel en blauw. Door zijn kennismaking met het werk van onder andere de kunstschilder Jan Sluijters is zijn kleurgebruik helderder en expressiever van toon geworden. Hij komt rond deze tijd in aanraking met het Franse pointillisme. Vlak voor de Eerste wereldoorlog, van 1911 tot 1914 woont hij in Parijs. In Parijs krijgt hij bewondering voor de fauves, zoals Henri Matisse en Kees Van Dongen. Toch voelt hij zich vooral aangetrokken tot het kubisme, in het bijzonder tot het werk van Picasso en Fernand Léger.
 

Mondriaan, Compositie met rood, geel en blauw, 1922, olieverf op linnen, 42 x 50 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam
Mondriaan, Compositie met rood, geel en blauw, 1922, olieverf op linnen, 42 x 50 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Inspirerende nieuwe contacten: Doesburg en Van der Leck

In augustus 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Mondriaan is op dat moment juist op vakantie in Nederland en is genoodzaakt daar te blijven. Zijn werk staat echter niet stil, integendeel. Dat heeft vooral te maken met nieuwe contacten die hij op doet. Hij leert onder andere de kunstschilders Theo van Doesburg en Bart van der Leck kennen. Van der Leck werkt voornamelijk in primaire kleuren met zwart en wit, in een abstracte stijl. De kruisbestuiving die plaatsvindt tussen Mondriaan en Van der Leck leidt tot een nog drastischer terugvoeren van kleur, lijn en vlak. Mondriaans stijl ontwikkelt zich tot composities met geometrische vormen in afzonderlijke kleuren. Samen met Van Doesburg en architect Jacobus Johannes Pieter Oud richtte hij het tijdschrift De Stijl op, waarin hij de ruimte krijgt om zijn kunsttheoretische opvattingen te verkondigen. Hij schrijft een serie artikelen, waarin hij de benaming introduceert voor zijn werk: ‘neoplasticisme’. De term ontleent hij aan de geschriften van Helena Blavatsky, een van de grondleggers van de moderne theosofie.
 

Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie, Mondriaan, Victory Boogie Woogie, 1942-1944, Bruikleen ICN, Collectie Haags gemeente Museum
Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie, Mondriaan, Victory Boogie Woogie, 1942-1944, Bruikleen ICN, Collectie Haags gemeente Museum

Het verbeelden van ‘schoonheid’ door eenvoud en geometrie

Mondriaan wil met zijn composities van primaire kleuren, tegengestelde lijnen en egale kleurvlakken een gevoel van harmonie oproepen, dat verbonden is met de grotere, kosmische harmonie, anders gezegd: hij wil absolute ‘schoonheid’ creëren. Vanaf 1921 verschijnen de bekende dikke zwarte lijnen die de verschillende kleurvlakken begrenzen. Mondriaans beroemde schilderijen met composities in rood, geel en blauw met horizontale en verticale lijnen verschijnen vanaf 1925.
Zoals vele Europese kunstenaars vertrekt Mondriaan vlak voor de Tweede Wereldoorlog in 1940 naar New York, waar hij zijn beroemde Victory Boogie Woogie (zie afbeelding) zal schilderen. Dit werk is speelser van opzet dan zijn laatste Europese werken, want geïnspireerd op de jazz en boogie woogie muziek uit die tijd. Mondriaan bleef tot aan zijn dood nieuwe ideeën ontwikkelen. Werkend aan Victory Boogie Woogie, kort voor zijn dood in 1944, bedacht de kunstenaar dat een geschilderde lijn in de schilderkunst eigenlijk niet wezenlijk verschilt van een geschilderd vlak. Maar deze gedachte heeft hij niet verder kunnen uitbouwen. Op 1 februari 1944 stierf hij en moest hij zijn Victory Boogie Woogie helaas onvoltooid achterlaten. Maar zijn oeuvre heeft tot een revolutie in de schilderkunst geleid. Mondriaan kan samen met Malevich en Kandinsky gezien worden als een van de pioniers van de pure abstracte schilderkunst. De grootste collectie schilderijen van Mondriaan is te bezichtigen in Nederland in het Haags Gemeentemuseum, maar ook het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit belangrijke topstukken van deze grote kunstenaar.