Paul Signac (1863 – 1935)

Van onze redactie
    

Naast de met hem bevriende kunstenaar Georges Seurat, was Paul Signac de belangrijkste kunstschilder en theoreticus van de stijl van het divisionisme, ook bekend als pointillisme. Vanaf 1886 werd de stijl ook wel aangeduid als neo-impressionisme.

Paul Signac, Jeunes Provençales au puits (décoration pour un panneau dans la pénombre), 1892, olieverf op doek, 195 x 131 cm, Musée d’Orsay, Parijs
Paul Signac, Jeunes Provençales au puits (décoration pour un panneau dans la pénombre), 1892, olieverf op doek, 195 x 131 cm, Musée d’Orsay, Parijs

Voor een korte tijd volgde hij lessen bij kunstschilder Jean-Baptiste Bin, die de prestigieuze Prix de Rome had gewonnen. Signac bestudeerde de schilderijen van Édouard Manet, Claude Monet en van andere impressionisten. In 1884 was hij medeoprichter van de Salon des Indépendants, een jaarlijks gehouden expositie te Parijs, welke in tegenstelling tot de officiële Salon geen jury - en dus geen ballotageproces - kende. In hetzelfde jaar zag Signac het werk De baders bij Asnières van de vier jaar oudere Seurat, waar hij diep van onder de indruk raakte. Signac en Seurat raakten kort daarop met elkaar bevriend. In 1886 baart Seurat’s schilderij Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte veel opzien tijdens de achtste tentoonstelling van de impressionisten. Maar ook Signac toonde hier werk waarin de verrassende nieuwe methode van schilderen was toegepast. In totaal exposeerde Signac er elf werken. Een aantal oude, nog in de impressionistische stijl, en een aantal volgens de zogenaamde divisionistische methode. Het ging bij deze stijl om een theoretisch, en haast wetenschappelijk onderbouwde methode van schilderen, waarbij vooral gebruik werd gemaakt van enkele kleurtheorieën en de leer van de ‘simultane contrasten’ van de scheikundige Michel Eugène Chevreul. De kunstenaars van het divisionisme (of: pointillisme), plaatsten korte, kleine verfstreken in zuivere kleuren op het doek. De kleuren worden niet op het palet gemengd, maar omdat ze vlak naast elkaar zijn aangebracht, mengen ze zich optisch in het oog van de beschouwer. Zo kunnen bijvoorbeeld de kleuren geel en blauw op het doek, visueel de kleur groen teweegbrengen. Door de kunstcriticus Félix Fénéon werden de kunstenaars van deze stijl enthousiast ‘neo-impressionisten’ genoemd, omdat hij ze als de opvolgers van het impressionisme beschouwde.
Signac was bijzonder sociaal en politiek geëngageerd en een actieve aanhanger van de anarchistische beweging. Hij was daarin veel meer uitgesproken dan Seurat. Nadat Seurat op 31-jarige leeftijd kwam te overlijden, nam Signac de taak op zich als woordvoerder en propagandist van het neo-impressionisme. Hij publiceerde in 1899 De Delacroix au néo-impressionisme, een traktaat over het neo-impressionisme. Signac’s theoretische teksten zijn voor de geschiedenis van de moderne kunst van essentieel belang gebleken. Veel grote kunstenaars hebben zich actief verdiept in het neo-impressionisme, zoals Matisse, die zijn beroemde schilderij Luxe, calme et volupté schilderde tijdens zijn bezoek aan Signac in Saint-Tropez, en ook Kandinsky, Mondriaan en Kees van Dongen lieten zich inspireren door de ideeën van Signac en Seurat.