Karel Appel (1921-2006)

Één van de grootste Nederlandse kunstenaars van de twintigste eeuw

Van onze redactie

Karel Appel (Amsterdam 1921-Zürich 2006) studeert tussen 1940 en 1943 schilderkunst aan de Rijksacademie te Amsterdam. Tijdens de periode op de academie leerde hij zowel Corneille als Constant kennen en deed hij zijn kennis op met betrekking tot de kunstgeschiedenis.

Karel Appel, Mens en dieren, 1949, verf, 351,6 x 358,5 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam
Karel Appel, Mens en dieren, 1949, verf, 351,6 x 358,5 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

Om inspiratie op te doen reisde Karel Appel in 1947 samen met Corneille naar Parijs, het Europese culturele centrum vanaf de negentiende eeuw. Eind van datzelfde jaar schreef hij aan Corneille: ‘Plotseling vond ik het (’s nachts) – ik maak nu een krachtiger primitief werk’. En hij voegde er nog aan toe: ‘Krachtiger dan Picasso’. De vergelijking met Picasso illustreert Appels ambitie.
Appel is in 1948 in Nederland medeoprichter van de Experimentele groep, met ondermeer Anton Rooskens, Theo Wolvecamp, Constant, Jan Nieuwenhuijs en Corneille. Later in dat jaar is hij medeoprichter van Cobra, waar ook de Deen Asger Jorn, de Belgen Christian Dotremont en Alechinsky en zijn vrienden Corneille en Constant bij betrokken waren. Vanaf zijn bezoek aan Parijs met Corneille maakt Appel goedaardige en groteske mens- en dierfiguren met grote hoofden, opgebouwd uit monumentale kleurvlakken in felle kleuren. Contourlijnen en kleinere vormen zorgen voor accenten. Uit het vroege uitbundige, speelse en humoristische Cobrawerk van Appel spreekt de tomeloze energie waarmee de kunstenaar schilderde. Zie bijvoorbeeld het schilderij Mens en dieren uit 1949 (afbeelding hierboven). Hij werkte snel en direct, zonder vooraf te bedenken hoe het kunstwerk er uiteindelijk zou moeten uitzien.
De onthulling in 1948 van een door Appel voor de gemeente Amsterdam gemaakt houten reliëf voor het gemeentehuis veroorzaakt een nationaal schandaal. De Cobrabeweging krijgt in 1949 een grote museale presentatie in het Stedelijk Museum van Amsterdam, vanwege het enthousiasme voor Cobra van museumdirecteur Willem Sandberg. Ook deze tentoonstelling leidt tot een schandaal. De Cobrabeweging blijft uiteindelijk slechts kort bestaan. In 1950 verhuist Appel van Amsterdam naar Parijs.
 

Karel Appel, Vragende kinderen, 1949, beschilderd hout, 105 x 67 x 18 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam
Karel Appel, Vragende kinderen, 1949, beschilderd hout, 105 x 67 x 18 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

Productief, succesvol en voor eeuwig geassocieerd met Cobra

Karel Appel is tijdens zijn werkzame leven als beeldend kunstenaar zeer productief hij schildert olieverfschilderijen, maakt keramiek, ontwerpt kerkvensters en maakt driedimensionale objecten en reliëfs van hout, aluminium en polyester. De internationale doorbraak van Karel Appel vindt in 1953 plaats, dus ná het Cobra avontuur, als zijn werk wordt getoond op de Biënnale van São Paulo. Er volgen solotentoonstellingen in New York en Parijs. De kunstenaar oogst vele successen en krijgt erkenning van musea, op internationale kunstpresentaties en manifestaties. Hij maakt in 1955 een tachtig meter lange muurschildering voor de Nationale Energie Manifestatie, een expositie in de stad Rotterdam in het Ahoy, de Energiehal en Het park in het kader van de Nederlandse wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog. In 1956 maakt hij voor het Stedelijk Museum in Amsterdam een serie muurschilderingen. En in 1958 volgen wandschilderingen voor het UNESCO gebouw te Parijs. Karel Appel neemt bovendien verschillende keren deel aan de Documenta van Kassel (1959 en 1964). In 1968 krijgt Appel zijn eerste museale solotentoonstelling in Nederland in het Stedelijk Museum te Amsterdam. In 1989 worden in vijf Japanse musea grote overzichtstentoonstellingen van zijn werk georganiseerd.

Als je Appels schilderstijl zou moeten typeren, lijkt de term 'expressionistisch' het meest voor de hand liggend, gezien het felle kleurgebruik, de dik opgebrachte verf, de vrije vereenvoudigde vorm, welke hij toepast en het feit dat Appel direct vanuit het gebaar, het hart en de emotie schilderde. In die zin is zijn werk enigszins verwant met het werk van de action painting van het Amerikaanse abstract expressionisme, met kunstenaars als Jackson Pollock en Willem de Kooning. Karel appel werkte echter nooit volledig abstract, in zijn werk bleef altijd iets herkenbaars, hij werkte figuratief tegen het abstracte aan. Het naïeve van zijn vormentaal en de brute wijze waarop hij zijn materiaal behandelt geven het oeuvre van Appel ook een zekere verwantschap met dat van Jean Dubuffet. Appel experimenteerde zijn hele leven met materialen, vormen en technieken en je doet hem daarom misschien tekort met het etiket expressionisme. Hij is zoals vele grote schilders, vergelijk Picasso - van wie het werk ook gedurende zijn hele carrière veranderde in stijl en techniek - moeilijk te plaatsen. Hoe dan ook, onterecht wordt Appel, net als andere voormalige leden van de Cobrabeweging, zijn hele carrière als kunstschilder geassocieerd met Cobra, een beweging, waar hij uiteindelijk slechts twee jaar - nota bene in de beginfase van zijn carrière - actief mee is geweest.
 

Een grote onder de groten

Vanaf 1990 woont en werkt Karel Appel op meerdere plaatsen tegelijk in de wereld. Hij heeft een huis en atelier in Monaco, Toscane, Connecticut en New York. In 2006 sterft hij, hij is begraven op het bekende Père-Lachaise kerkhof in Parijs, waar honderden beroemdheden begraven liggen zoals de Franse filosoof Emile Alain, de Franse schrijver Honoré de Balzac en de Poolse componist Frédéric Chopin. Een grote onder de groten is niet meer, maar zijn uitbundige oeuvre leeft voort in alle grote musea van de wereld, waaronder het Guggenheim Museum (New York), Tate Gallery (Londen), Museum of Fine Arts (Boston) en niet te vergeten het Stedelijk Museum te Amsterdam.