Jan Dibbets (1941)

Van onze redactie
  
De Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets woont en werkt in Amsterdam. Zijn werk wordt tot de conceptuele kunst gerekend.

Jan Dibbets, Shortest Day at Konrad Fischer´s Gallery, 1970, Kleurenfoto´s op karton, 175 x 180 cm, Privébezit
Jan Dibbets, Shortest Day at Konrad Fischer´s Gallery, 1970, Kleurenfoto´s op karton, 175 x 180 cm, Privébezit

Aanvankelijk schildert hij abstract werk, maar vanaf de late jaren zestig, als hij nog studeert aan de Central Saint Martins College of Art and Design in Londen, stapt hij over op andere disciplines. Hij maakt daarbij veel gebruik van de fotografie, terwijl hij het beeld blijft benaderen als kunstschilder. Dibbets heeft veel kennis van de kunstgeschiedenis en vooral van de weergave van het perspectief, zoals deze is ontwikkeld vanaf de renaissance. Waarneming is een belangrijk thema in het werk van de kunstenaar. Dibbets is bekend geworden vanwege zijn zogenaamde ‘perspectiefcorrecties’ (1969), waarbij hij de beschouwer steevast op het verkeerde been weet te zetten. Vaak vindt er een optische illusie plaats, waarbij het lijkt alsof er bijvoorbeeld een vierkant vrij in de ruimte zweeft, terwijl in werkelijkheid slechts een geometrische vorm op de grond of de muur is getekend. Door de positie die de kunstenaar inneemt bij het fotograferen vindt een perspectivische vertekening van deze vorm plaats. Een trapezium, getekend op de muur van zijn atelier, wordt vanuit een zodanig standpunt gefotografeerd, dat er op de foto duidelijk een vierkant te zien is, terwijl de ruimte perspectivisch wordt weergegeven.
Dibbets had gedeelde interesses met bevriende kunstenaars als Ger van Elk en Reinier Lucassen. Samen richtten zij in 1967 het “Instituut tot Herscholing van Kunstenaars” op, een fictief instituut waarmee ze op ludieke wijze reageerden op de kunst dit op dat moment in de mode was. In 1969 nam Dibbets tevens deel aan de opzienbarende tentoonstelling ‘Op losse schroeven’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam, georganiseerd door curator Wim Beeren, die later directeur werd van het museum. Dibbets legde voor deze tentoonstelling de fundamenten op de hoeken van het museum letterlijk bloot, door eigenhandig met een schop de aarde er omheen weg te scheppen. Het werk kreeg de titel: Museumsokkel met vier hoeken van 90 graden.
Gedurende zijn hele carrière blijft de fotografie als medium belangrijk. Rond de jaren zeventig gebruikte hij de fotografie voornamelijk voor het bestuderen van licht. Zo maakte hij voor Shortest Day at Konrad Fischer´s Gallery een serie foto´s vanuit steeds hetzelfde camerastandpunt, gedurende één dag. Het verstrijken van de dag en het licht wordt in dit werk gevisualiseerd. Het doet misschien denken aan de seriële reliëfs van Jan Schoonhoven. Een interessante overeenkomst tussen beide kunstenaars is dat ze ooit bewust van het letterlijke schilderen met verf op doek zijn afgestapt, maar tegelijkertijd met hun werk de grenzen van de schilderkunst opgerekt lijken te hebben.
In opdracht van de Franse overheid maakte hij in 1993 een eerbetoon aan de Franse landmeetkundige Francois Arago. Het werk Hommage à Arago betrof een reeks van 135 bronzen médaillons langs de meridiaan van Parijs.
In tegenstelling tot veel kunstenaars van de conceptuele kunst ligt de nadruk in zijn werk niet op het taalkundige aspect, zoals bij Kosuth het geval is in zijn bekende werk Three Chairs uit 1965-66. Het waarneembare beeld, de vorm en de ruimtelijke illusie heeft eerder de hoofdrol in het oeuvre van Dibbets. In die zin past zijn werk ook in de traditie van de moderne kunst van Picasso, Mondriaan en Pollock, welke door Dibbets beschouwd worden als de genieën van de twintigste eeuw.