Jackson Pollock (1912-1956)

Het grote gebaar van Pollock

Van onze redactie
 
In de winter van 1946-47 deed de Amerikaanse kunstschilder Jackson Pollock iets revolutionairs. Hij legde zijn doek plat op de grond. Uit een geperforeerd verfblik liet hij de verf op het doek druipen.

Jackson Pollock, Blauwe palen, nr. 11, 1952, gemengde technieken op doek, 212 x 488 cm, National Gallery of Autstralia, Canberra
Jackson Pollock, Blauwe palen, nr. 11, 1952, gemengde technieken op doek, 212 x 488 cm, National Gallery of Autstralia, Canberra

Met een stok zwierde hij in grote gebaren de verf over het oppervlak. Ook gebruikte hij messen en paletmessen. Hij mengde de verf met materialen als zand en glasscherven. Het resultaat is een abstract netwerk van lijnen en spatten die in verschillende lagen over elkaar heen liggen. De baanbrekend originele werken die vanaf toen ontstonden worden ‘drippings’ genoemd. De Amerikaanse criticus Harold Rosenberg doopte de schilderstijl om tot ‘action painting’, vanwege de fysieke expressie van het gebaar dat gepaard gaat met het vervaardigen van deze schilderijen.
Pollock wordt samen met Mark Rothko en Barnett Newman tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het abstract expressionisme gerekend. De kunstenaar was getrouwd met kunstenares Lee Krasner, die ook in abstract expressionistische stijl werkte.
 

Traditionele opleiding

Zoals bij veel kunstenaars het geval is, maakte ook het werk van Pollock verschillende stadia door, alvorens hij in een puur abstracte schilderstijl ging werken. In 1925-29 volgde hij een schildersopleiding aan de Manual Arts High School in Los Angeles, een school waaraan ook Philip Guston werd opgeleid. Daarna ging hij in de leer bij de Amerikaanse schilder Thomas Hart Benton. In 1933 krijgt hij les in het tekenen naar de werkelijkheid van de realistisch werkende kunstenaar John Sloan. Vanaf 1936 is hij assistent in het atelier van de Mexicaanse kunstenaar David Alfaro Siqueiros. Tot 1943 vervaardigt hij muurschilderingen in het Federal Art Project, het Amerikaanse banenproject dat tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig was opgezet.
Pollock had te kampen met een alcoholverslaving. In de periode dat hij daarvoor behandeld wordt, bestudeert hij de archetypische symbolen uit de geschriften van de Zwitserse psycholoog Carl Jung. In 1942 begint zijn vriendschap met de abstract expressionist Robert Motherwell. Hij exposeert regelmatig samen met de Nederlandse schilder van de action painting, Willem de Kooning. Ook leert hij de surrealist Roberto Matta kennen, die hem aanspoort tot het schrijven van surrealistische poëzie.
 

Abstract expressionisme

Pollock werkte aanvankelijk in een meer expressionistische vorm van realisme, maar begon zich steeds meer te relateren aan niet-figuratieve vormen uit de primitieve, indiaanse kunst. Dan, in 1946 maakt hij zijn eerste Drip Painting. De expressie van de persoonlijke gevoelens van wanhoop en angst spelen een grote rol in het werk van Pollock. Met zijn werk gaf hij op een uiterst directe manier uitdrukking aan zijn turbulente innerlijke leven. De abstracte stijl waarin hij dit doet wordt ook wel het abstract expressionisme genoemd. Zijn alcoholisme blijft hem achtervolgen, waarvoor hij in 1951 opnieuw in therapie gaat. In 1955 gaat hij in psychoanalytische therapie. Tragisch genoeg komt hij te overlijden ten gevolge van een auto-ongeluk in 1956.
De fysieke benadering van zijn schilderkunst heeft in de jaren zestig en zeventig ook invloed gehad op ontwikkelingen buiten de schilderkunst, bijvoorbeeld op het fenomeen happenings, op het ontstaan van de kunstvorm body art en op de kunstenaarsbeweging Fluxus.