Hugo van der Goes (1440 – 1482)

Een in nevelen gehuld levensverhaal

Van onze redactie
 
Deze Zuid-Nederlandse kunstschilder nam een belangrijke plaats in tijdens de tweede helft van de vijftiende eeuw in de periode van de Vlaamse schilderkunst. Hij maakte in Italië veel indruk met zijn monumentale altaarstuk, in opdracht van Tommaso Portinari, de vertegenwoordiger van de familie De' Medici in Brussel.

Hugo van der Goes, Portinari-triptiek, ca. 1470, olieverf op paneel, 253 x 586 cm, Galleria degli Uffizi, Florence
Hugo van der Goes, Portinari-triptiek, ca. 1470, olieverf op paneel, 253 x 586 cm, Galleria degli Uffizi, Florence

Hij schilderde het Portinari-altaar in de periode 1476 – 1478. Het grote formaat, het middenpaneel is 2,53 x 3 meter, was uitzonderlijk in die tijd. Het Portinari-triptiek bevindt zich in Galleria degli Uffizi in Florence, een van de belangrijkste en oudste musea ter wereld, met een grote collectie topwerken uit de periode van de renaissance. Het trok veel aandacht, en oefende zelfs invloed uit op de stijl van het werk van Italiaanse kunstenaars als Domenico Ghirlandaio en Fillipino Lippi. Van der Goes zelf werd geïnspireerd door vroegere Vlaamse schilders als de grote Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Bij de laatste kreeg hij zijn opleiding.
Er zijn slechts een aantal feiten bekend over het leven van de kunstenaar. Bijvoorbeeld dat hij in 1465 deelnam aan het maken van de decoraties voor het huwelijksfeest van Karel de Stoute en Margaretha van York. En dat hij 1474 zou worden aangesteld als deken van het Gentse schildersgilde, terwijl hij een jaar later lid werd van de orde der augustijnen. In 1476 begon hij aan het ambitieuze project van het Portinari-altaar. Vlak na de voltooiing daarvan, in het najaar van 1478 trekt hij zich terug als broeder in het augustijnenklooster Roodendale bij Brussel. Hij zou lijden aan depressies en aan een ernstige vorm van melancholie.
 

Schilder van het gebaar en mimiek

Van der Goes levert een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de schilderkunst met zijn gedramatiseerde taferelen. De dramatiek weet hij te bereiken door de weergave van gebaren en door de mimiek van de afgebeelde mensfiguren. Deze komen dichter bij de realiteit dan bijvoorbeeld de figuren uit de late gotiek. De kunstenaar is nationaal van invloed geweest, maar ook internationaal, vooral in Italië en Duitsland. Zoals blijkt uit het dagboek van de belangrijke Duitse kunstschilder en etser Albrecht Dürer, waarin hij - als hij het heeft over Nederlandse kunst - zich beperkt tot slechts drie Nederlandse schilders uit het verleden, die hij kan waarderen: Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en Hugo van der Goes.