Henri Laurens (1885-1954)

Van onze redactie
    

De Franse beeldhouwer Henri Laurens voegde zich in 1911 bij de kunstenaars van het kubisme. De papieren collages van Georges Braque en Picasso inspireerden hem tot het maken van een driedimensionale vorm hiervan in hout, metaal en gips, bewerkt met verschillende kleuren.

Henri Laurens, Head of a Young Girl (Tête de jeune fillette), 1920, kalksteen, 39 x 17 x 13 cm, Tate Gallery, Londen
Henri Laurens, Head of a Young Girl (Tête de jeune fillette), 1920, kalksteen, 39 x 17 x 13 cm, Tate Gallery, Londen

Zijn hele leven woonde de kunstenaar in Parijs, de stad waar veel avant-garde kunstenaars tussen 1900 en 1930 naar toe reisden om de nieuwste ontwikkelingen in de kunst te kunnen zien en volgen. Laurens studeerde voor decorateur en steenhouwer en volgde tekenlessen in de avond. In 1911 ontmoette hij Braque, die samen met Picasso als de grondlegger van het kubisme wordt beschouwd. Beïnvloed door het kubisme werkte Laurens met rechthoekige en driehoekige geometrische vormen. Omstreeks de jaren twintig keerden rondere vormen weer in zijn werk terug en werd het vrouwfiguur zijn hoofdthema. In het sculptuur Head of a Young Girl (zie afbeelding) is de overgang tussen zijn kubistische en latere periode zichtbaar. De hoekige lijnen in het gezicht van de vrouw worden gecombineerd met de zachte, ronde golven in het haar en de schouders. De verschillende technieken die in dit werk toegepast zijn, leerde Laurens toen hij tussen 1899 en 1906 in het atelier werkte van een beeldhouwer die architectorale ornamenten voor de stad Parijs maakte. Rond 1920 was er sprake van een tendens onder Europese kunstenaars om weer in een meer klassieke stijl te werken. Deze tendens wordt aangeduid als ‘retour à l’ordre’, terugkeer naar de orde. Hieraan was behoefte vanwege de chaos die de Eerste Wereldoorlog in Europa had veroorzaakt. De kunstenaars die gehoor gaven aan deze retour à l'ordre zetten zich af tegen de avant-garde stijlen van vlak voor de Eerste Wereldoorlog zoals het eerdergenoemde kubisme en het futurisme.
 
In de late jaren dertig, werd het voor Laurens door de goede ontvangst van zijn werk mogelijk om ook in brons en op groter formaat te werken. De kunstenaar vervaardigde daarnaast illustraties voor verschillende boeken. In 1951 werd een grote retrospectieve tentoonstelling gehouden van zijn werk in Parijs in het Musée National d’Art Moderne. In 1953, een jaar voor zijn dood ontving hij de prijs voor de beeldhouwkunst op de Biënnale van Sào Paolo.