Georges Seurat (1859 – 1891)

Van onze redactie
  

Seurat ontwikkelde de schildertechniek waarbij de verf in kleine verfstreken of puntjes van zuivere kleur naast elkaar op het doek wordt aangebracht. Zelf noemde hij het aanvankelijk ‘chromoluminarisme’, maar de stijl is beter bekend geworden als pointillisme of neo-impressionisme.

Georges Seurat, De modellen [Franse titel: 'Les poseuses'], 1887 (voltooid 1888), olieverf op doek, 39 x 49 cm, privécollectie
Georges Seurat, De modellen [Franse titel: 'Les poseuses'], 1887 (voltooid 1888), olieverf op doek, 39 x 49 cm, privécollectie

In 1886 trok zijn techniek de aandacht, toen hij zijn werk presenteerde op de laatste tentoonstelling van de impressionisten. Op de tentoonstelling werd ondermeer werk getoond van Edgar Degas, Mary Cassatt, Camille Pissarro en Berthe Morisot. De statische stijve figuren in de voorstelling van Seurat vielen op tussen de levendige figuratie en vibrerende verfstreken van de impressionisten. Seurat had zijn hele schilderij van 2 x 3 meter zorgvuldig opgebouwd uit kleine verfstreekjes, op een dunne kleurlaag. Een jonge kunstcriticus, genaamd Félix Fénéon, die de tentoonstelling bezocht, en die op dat moment net als Seurat 26 jaar oud was, was erg enthousiast over het werk. Hij gaf de kunstenaar de benaming ‘neo-impressionist’. Het werk van Seurat was volgens hem gericht op het bereiken van een ‘optisch mengsel’. Fénéon ontpopte zich als de belangrijkste verdediger van de pointillistische stijl.
Als zoon van een landeigenaar woonde Seurat zijn hele leven in Parijs. Van 1877 tot 1879 studeerde hij aan de École des Beaux-Arts. Hij was een groot bewonderaar van de klassieke Griekse sculpturen en van (neo)classicistische kunstenaars als Ingres en Poussin. Tevens bestudeerde hij tekeningen van de Hollandse meester Rembrandt, het werk van de renaissancekunstenaar Hans Holbein de Jonge en de schilderijen van Jean-Francois Millet, een kunstenaar van de School van Barbizon. Hij was al vroeg gefascineerd door kleurtheorieën en verdiepte zich in teksten en wetenschappelijke stukken van onder andere Charles Blanc en Ogden Rood. Het werk van de impressionisten leerde hij waarschijnlijk omstreeks 1979 kennen. Nadat hij de kunstschilder Paul Signac had ontmoet, die eenzelfde interesse voor kleurenleer had als hij, begon hij zijn pointillisme te ontwikkelen. Deze nieuwe stijl is te beschouwen als een reactie op het spontane karakter en de vrijblijvende indruk welke het impressionistische werk soms maakt. Neo-impressionisten wilden daar het werken vanuit grondige voorstudies en een kleurtheoretische onderbouwing tegenover stellen. Als absoluut meesterwerk in de pointillistische stijl geldt het monumentale schilderij Zondagmiddag op het eiland van La Grande Jattedat Seurat schilderde tussen 1884 en 1886.
Regelmatig nam Seurat deel aan exposities in de Salon des Indépendants van Parijs. Vanaf 1887 exposeerde hij tevens samen met de leden van de vooruitstrevende kunstenaarsgroep Les Vingt te Brussel. De kunstenaar kwam tragisch genoeg al op 32jarige leeftijd te overlijden. Zijn belangstelling voor de werking van het beeldelement kleur was van grote invloed op het ontstaan van het latere fauvisme van Matisse, die rond 1906 ook korte tijd experimenteerde met de pointillistische beginselen van Seurat en Signac.
Dankzij de inspanningen van Paul Signac werden de kleursystemen van Seurat geïntroduceerd bij schrijvers en critici. Bovendien publiceerde hij in 1899 D'Eugène Delacroix au Néo-Impressionisme, waarin hij pleit voor het neo-impressionisme als onbetwistbare opvolger van het impressionisme.