Georges Braque (1882-1963)

Samen met Picasso de grondlegger van het kubisme

Van onze redactie
  
Naast Pablo Picasso was de Franse kunstschilder Georges Braque de belangrijkste kunstenaar van het kubisme. In 1882 werd hij geboren in Argenteuil, vlak bij Parijs. Vanaf 1897 volgde hij avondlessen aan de École des Beaux-Arts.

Georges Braque, Vrouw met mandoline, 1910, Olieverf op doek, 92 x 73 cm. München, Staatsgalerie moderner Kunst
Georges Braque, Vrouw met mandoline, 1910, Olieverf op doek, 92 x 73 cm. München, Staatsgalerie moderner Kunst

In 1901-1902 gaat Braque in militaire dienst. Maar elk vrij moment grijpt hij aan om te kunnen schilderen. Tijdens zijn diensttijd schildert hij portretten en landschappen. Na zijn militaire dienst kiest hij definitief voor het kunstenaarschap. Zijn ouders stemmen hiermee in. Hij neemt lessen bij de naturalistisch werkende kunstschilder Léon Bonnat (Zelfportret Léon Bonnat, 1885). Hier komt echter de antiacademische houding van Braque naar boven. Hij houdt het niet langer dan twee maanden vol bij zijn docent, die hij veel te conservatief vindt. Vervolgens schrijft hij zich in bij de Académie Humbert in Parijs.
Gezien zijn antiacademische houding is het opvallend dat Braque een grote waardering heeft voor het traditionele ambacht van de schilderkunst. Hij mengde bijvoorbeeld zijn eigen verf. Kennis van verfsoorten en pigmenten is terug te voeren naar het familiebedrijf. Zijn grootvader en vader waren beide professioneel huisschilder. Aanvankelijk was het de bedoeling dat Braque het familiebedrijf zou overnemen. Hij bekwaamde zich dan ook in het vak van huisschilder en volgde ondertussen teken- en schilderlessen aan de plaatselijke avondschool.
 

Kennismaking met het fauvisme en Picasso

In 1904 werd het volgens de kunstenaar tijd voor zijn eigen atelier en hij stopt met zijn opleiding. In maart 1906 heeft hij zijn eerste tentoonstelling. Zeven schilderijen van zijn hand worden getoond op de Salon des Indépendants, een jaarlijkse overzichtstentoonstelling in Parijs, die in tegenstelling tot de jaarlijkse Salon geen jury en geen prijzen kent. Braque was achteraf niet tevreden met de geëxposeerde schilderijen. Later zou hij ze alle zeven vernietigen.
In 1907 leerde hij de kunstenaars Henri Matisse, André Derain en Maurice de Vlaminck kennen, die schilderden in de stijl van het fauvisme. De fauvistische stijl zou zijn werk in dat jaar gaan kenmerken. Hij trekt met zijn werk de aandacht van galeriehouder Daniel-Henri Kahnweiler, die hem een contract aanbiedt. Dit levert hem een aantal belangrijke connecties op. Kahnweiler introduceerde hem namelijk bij de dichter en kunstcriticus Guillaume Apollinaire. Met Apollinaire komt hij in het atelier van Picasso terecht. Daar ziet hij het pas voltooide Les Demoiselles d´Avignon. Over het werk is hij niet te spreken, maar met Picasso begint hij een hechte vriendschap. De twee werken nauw samen: ‘We waren als bergbeklimmers die met een touw aan elkaar vastzaten’, zegt Braque over de artistieke vriendschap. Beide kunstenaars koesteren een grote bewondering voor de in 1906 overleden kunstschilder Paul Cézanne. De nauwe samenwerking komt echter plots tot een einde als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, omdat Braque werd opgeroepen zich aan te sluiten bij de infanterie. Op 11 mei 1915 loopt hij een zware hoofdwond op. Hij wordt zelfs voor dood op het slagveld achtergelaten, maar de volgende dag wordt hij toch op een brancard meegenomen. Twee dagen later ontwaakt hij uit zijn coma. Zijn herstel vergt een langdurig proces, maar op 15 januari 1917 hielden zijn vrienden een feestelijk diner ter ere van zijn genezing.
 

Georges Braque, Fruitschaal en glas, 1912, Houtskool op papiers collés, 62 x 44,5 cm, privécollectie
Georges Braque, Fruitschaal en glas, 1912, Houtskool op papiers collés, 62 x 44,5 cm, privécollectie

De laatste jaren van Braque

Zijn werk maakte een aantal belangrijke ontwikkelingen door. In 1908 schildert hij de beroemde l’Estaque-landschappen, geschilderd aan de kust in de buurt van Marseille. Door de kritiek van de kunstcriticus Louis Vauxelles op deze werken ontstond de term ‘kubisme’. In 1911 verwerkt hij voor het eerst letters en cijfers in zijn werk en het jaar erna maakt hij zijn eerste collages. Door zijn vooropleiding als huisschilder weet hij de materiaaleigenschappen van bijvoorbeeld marmer en hout bijzonder vernuftig weer te geven. In 1918 werkt hij in de stijl van het ‘synthetisch kubisme’.
In 1919 exposeert hij bij galerie L’Effort Moderne, de galerie van zijn nieuwe kunsthandelaar Léonce Rosenberg. Door deze expositie wordt zijn naam gevestigd als belangrijke kunstenaar van de moderne kunst. Een jaar later maakt hij zijn eerste beeldhouwwerken. Zijn internationale doorbraak vindt plaats in de jaren dertig. Zo wordt in 1933 een grote overzichtstentoonstelling gehouden in de Kunsthalle in Basel en zes jaar later in Chicago, Washington en San Francisco.
Nadat hij zich had hersteld van een zware operatie neemt hij in 1948 deel aan de Biënnale van Venetië. Daar wint hij de eerste prijs voor de schilderkunst. In 1952-53 beschildert hij plafonds van het Louvre. In 1956 wordt er een overzichtstentoonstelling in de Tate Gallery in Londen gehouden.
In de laatste fase van zijn kunstenaarschap maakt hij vooral veel kleurenlitho’s (een grafische druktechniek). Hij is dan ernstig ziek en het schilderen kost hem veel energie. Dit heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat hij gaat schilderen in een sterk vereenvoudigde vormentaal. Hij schildert bijvoorbeeld silhouetten van vogels. Het werk van deze laatste periode vertoont grote overeenkomst met de stijl waarin hij werkte tijdens zijn fauvistische periode.