Francis Picabia (1879 – 1953)

Van onze redactie
    

De Franse kunstschilder Francis Picabia werkte in uiteenlopende stijlen, van figuratief tot abstract. Aanvankelijk was hij geïnspireerd door het impressionisme, later door het kubisme. Maar het was vooral Marcel Duchamp, die hij in 1910 in Parijs had ontmoet, die bijzonder veel indruk op hem maakte.

Fancis Picabia, Parade Amoureuse, 1917, olieverf op karton, 95 x 72 cm, privécollectie
Fancis Picabia, Parade Amoureuse, 1917, olieverf op karton, 95 x 72 cm, privécollectie

Picabia was afkomstig uit een gefortuneerde familie, waardoor hij financieel onafhankelijk was. Hij studeerde van 1895 tot 1897 aan de École des Arts Décoratifs in Parijs. Zijn vroege werk dat in 1903 getoond werd op de Salon d’Automne en de Salon des Indépendants, was in de stijl van het impressionisme. Vanaf 1908 werden ook fauvistische, pointillistische (neo-impressionistische), kubistische en abstracte elementen zichtbaar in zijn werk. In 1913 was hij in New York voor de Armory Show, een tentoonstelling waar hij aan deelnam. Daar ontmoette hij opnieuw Duchamp, met wie hij - samen met enkele andere kunstenaars - de Amerikaanse dadabeweging opzette. Via Duchamp maakte hij kennis met Alfred Stieglitz, een Amerikaanse fotograaf en galeriehouder. In 1913 organiseert Stieglitz een solotentoonstelling van het werk van Picabia in zijn galerie 291. Gefascineerd door de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van zijn passie - snelle auto’s, architectuur en stedenbouw - schilderde hij vanaf 1915 'machinebeelden'. Parade amoureuse (zie afbeelding) is daar een voorbeeld van. Het werk is op het eerste gezicht niet wat men zich zou voorstellen bij een ‘parade amoureuse’. Toch zitten er in de afgebeelde mechanica, zoals vaker in het werk van dadaïsten, verwijzingen naar de geslachtsdaad. In 1921 nam Picabia afstand van dada omdat het in zijn visie niet meer ‘nieuw’ was.
Picabia schreef regelmatig gedichten en artikelen voor avant-garde tijdschriften. Een belangrijke inbreng van Picabia was zijn tijdschrift 391. De titel was afgeleid van galerie 291 van Stieglitz in New York. De strekking van dit tijdschrift was hoofdzakelijk het ageren tegen gevestigde stromingen. Zo bekritiseerde hij in 1924 André Breton, diens surrealisme en andere surrealisten.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog keerde Picabia weer terug naar Parijs. In 1948 werd er een retrospectieve van zijn werk gehouden bij Galerie René Drouin. Vanwege het groot aantal keren dat Picabia in zijn carrière - overigens ogenschijnlijk moeiteloos - van stijl wisselde, wordt hij wel beschouwd als het prototype van het eclecticisme. Een woord dat lang een negatieve bijklank heeft gehad. Een eclectische kunstenaar is 'lafhartig', zoals Baudelaire ooit in zijn beroemde Salonkritiek De Salon van 1846 stelde, omdat hij geen keuze maakt, niet honderd procent gaat voor één stijl of techniek. Maar zelfs de grote Baudelaire kon niet voorzien, dat eclecticisme in de postmoderne tijd bijna een vanzelfsprekend stijlvoorschrift zou worden. En Picabia mag zich daarbij bovendien verheugen in het gezelschap van Pablo Picasso, die tachtig jaar lang kans zag op subtiele wijze van stijl te veranderen, terwijl hij tegelijkertijd bijna altijd aanwezig was in de voorhoede van zijn tijd.