Ferdinand Bol (1616-1680)

Van onze redactie
 
De in Dordrecht geboren Hollandse meester Ferdinand Bol wordt in eerste instantie opgeleid door kunstschilder en illustrator Jacob Cuyp en de in maniëristische stijl schilderende Abraham Bloemaert te Utrecht. Samen met onder meer  Gerard Dou, Carel Fabritius en Samuel van Hoogstraten behoort hij vervolgens tot de belangrijkste leerlingen van Rembrandt. Hij blijft na zijn leertijd als assistent werkzaam in het atelier van Rembrandt, onder meer om te helpen bij het opleiden van nieuwe leerlingen.

Ferdinand Bol, Portretten van drie regentessen van het leprozenhuis in Amsterdam, 1668, olieverf op doek, 170 x 208 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Ferdinand Bol, Portretten van drie regentessen van het leprozenhuis in Amsterdam, 1668, olieverf op doek, 170 x 208 cm, Rijksmuseum Amsterdam

Vanaf 1631 is Bol werkzaam bij Rembrandt, maar het eerste door hem zelf gesigneerde werk dateert pas van 1642. Veel van zijn eerdere werken zijn met betrekking tot de schilderstijl nauwelijks van zijn leermeester te onderscheiden en zijn daarom lange tijd aan Rembrandt toegeschreven geweest. Na de dood van zijn vader in 1641 begint Bol echter voor zichzelf te werken als zelfstandig kunstschilder. Hij vervaardigt net als Rembrandt portretten, Bijbelse en historische taferelen. Zie het schilderij Aegina wacht op de komst van Zeus. Een beroemd schilderij, dat nog volledig in de stijl van Rembrandt is geschilderd, is het Portret van Elisabeth Bas, van ca. 1642. In 1652 verkrijgt Bol het poorterschap van Amsterdam en een jaar later trouwt hij met koopmansdochter Elisabeth Dell. Het gaat hem als kunstenaar vanaf 1650 voor de wind en hij kan gerekend worden tot de meest succesvolle portretschilders van de barok. Zijn stijl veranderd langzamerhand, het wordt eleganter en kleurrijker. Tot zijn frequente opdrachtgevers behoorde de vermogende Admiraliteit en het stadsbestuur van Amsterdam. Een bekend portret van Bol is het portret dat hij maakte van vice admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter uit 1667, dat hij in opdracht schilderde van de Nederlandse admiraliteiten vanwege zijn overwinning op de Engelsen tijdens de Vierdaagse Zeeslag van 1666. Het schilderij bevindt zich thans in het Scheepvaart Museum te Amsterdam. Een ander meesterwerk van zijn hand is het schilderij Portretten van drie regentessen van het leprozenhuis in Amsterdam uit 1668 (zie afbeelding), dat behoort tot de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam. Zijn eerste vrouw Elisabeth sterft in 1660. Bol hertrouwt in 1669 met Anna van Erckel, die zo vermogend is, dat Bol niet meer hoeft te schilderen voor zijn geld. Ze bewonen een fraai patriciërshuis aan de Keizersgracht te Amsterdam, het pand waarin het huidige Museum Van Loon is gevestigd. Hij schildert vervolgens nauwelijks meer en gaat zich vooraal bezighouden met bestuurswerk.