Edvard Munch (1863-1944)

Edvard Munch - Symbolist, Expressionist, Einzelgänger

Sander Kletter
 
Opvallend is dat het werk van Munch grote stijlveranderingen heeft doorgemaakt. Munchspecialisten als Arne Eggum, Ragna Stang en andere kunsthistorici verschillen van mening hoe Munch binnen de geschiedenis van de moderne kunst moet worden geplaatst. Is hij een vertegenwoordiger of voorloper van een stroming, of moet hij vooral gezien worden als een zelfstandig individu. De verschillen van opvatting komen voort uit twee vragen.  Wanneer heeft het zwaartepunt in zijn carrière plaatsgevonden? In welk opzicht is Munch vernieuwend geweest? De literatuur over Munch is buitengewoon omvangrijk, er bestaan meerdere respectabele standaardwerken, en een groot aantal studies, welke antwoord proberen te geven op deze vragen.

St. Cloud Manifest

Arnason plaatst Edvard Munch in zijn History of Modern Art in het hoofdstuk Art Nouveau and the beginnings of Expressionism. Hij stelt dat kunstenaars als Munch, Hodler en Ensor stilistisch beïnvloed zijn door art nouveau en jugendstil, maar dat in hun zeer persoonlijke oeuvre ook sporen zichtbaar zijn van regionale artistieke tradities. Karel Schampers - organisator van de tentoonstelling ‘Ensor, Hodler, Kruyder, Munch: wegbereiders van het modernisme’ in Museum Boijmans Van Beuningen in 1988 - rekent Munch samen met Ensor en Hodler tot de ‘einzelgänger’, die rond 1900 de weg bereidden voor het modernisme.
Munchs' carrière als kunstenaar begint als hij bijna twintig jaar oud is. Zijn werk wordt dan voor het eerst in Kristiania (Oslo) geëxposeerd op twee groepsexposities. Munch wordt in die tijd begeleid door de Noorse journalist en kunstschilder van het naturalisme Christian Krohg. Zie Ziek meisje van deze kunstschilder uit 1880-1881. In 1885 gaat Munch naar de wereldtentoonstelling in Antwerpen en bezoekt vervolgens Parijs, waar hij kennismaakt met de nieuwste ontwikkelingen in de Europese kunst. Munch wordt daarom slechts beperkt door Krohg beïnvloed.
 

De eenzamen (Two human beings, the lonely ones), 1905, olieverf op doek, 80 x 110 cm, privé verzameling
De eenzamen (Two human beings, the lonely ones), 1905, olieverf op doek, 80 x 110 cm, privé verzameling

Zijn schilderij Lente uit 1889, wordt zodanig goed ontvangen, dat het hem een zijn eerste studiebeurs oplevert  van de Noorse staat. Hij gaat opnieuw naar Parijs, waar hij opnieuw in aanraking komt met het werk van het  Franse impressionisme en postimpressionisme. De invloed daarvan is rond 1891 duidelijk waarneembaar in zijn oeuvre. Maar vervolgens slaat Munch volgens Rudi Fuchs een compleet andere weg in. In zijn werk is niets van ‘de impressionistische esthetiek van lichtheid en flexibiliteit’ terug te vinden. Op zijn schilderijen ‘zijn de figuren doortrokken van wanhoop, ze zijn bewegingsloos en ondoordringbaar’. Munch maakt in de jaren daarna vaker studiereizen naar Parijs en woont beurtelings in Frankrijk en Noorwegen. Hij komt in aanraking met het werk van De Toulouse Lautrec, Gauguin, de Nabis en Van Gogh.  
Ook Munchkenner Ragna Stang wijst op de invloed, die Munch heeft ondergaan van het (neo)impressionisme. Zij ziet 1889 als cruciaal jaar in zijn ontwikkeling als kunstenaar. Munch neemt enkele jaren daarna volgens haar ook definitief afstand van het realisme en het Franse impressionisme. Hij schrijft in 1889 te Parijs het St. Cloud Manifest, waarin hij stelt dat:
"De schilderkunst voortaan niet meer moet bestaan uit tafereeltjes van lezende mannen en breiende vrouwen, maar dat ze moet gaan over mensen die ademen, emoties voelen, pijn lijden en liefhebben."
 

De levensdans (Dance of life), 1899-1900, olieverf op doek, 125 x 191 cm, Nationaal Galerie, Oslo
De levensdans (Dance of life), 1899-1900, olieverf op doek, 125 x 191 cm, Nationaal Galerie, Oslo

Het Levensfries

Arnason merkt op dat Munch furore maakt terwijl Sigmund Freud zijn psychoanalyse ontwikkelt. Munchs obsessie met sex, dood en de vrouw als destructieve kracht, gebaseerd op zijn heftige levenservaringen, lijken ‘illustraties van de problemen, die Freud onderzocht’.
De Noorse Munchexpert Arne Eggum vergelijkt Munchs vermogen tot introspectie niet alleen met Freud, maar ook met dat van Dostojevski en Søren Kierkegaard. Hij beschouwt Munchs existentiële openheid als een belangrijke vernieuwing in de kunstgeschiedenis. Rudi Fuchs gaat in deze laatste visie mee. Munch gaf de schilderijen, die over dood, liefde, eenzaamheid, seksuele angst en jaloezie gaan samen de titel Het levensfries. Hiertoe behoren meesterwerken als De schreeuw, De levensdans (hierboven) Vampier (hieronder) en De eenzamen (zie afbeelding bovenaan de pagina).
Het levensfries werd meerdere malen, in wisselende samenstelling en onder verschillende titels geëxposeerd. Van de meeste schilderijen, waaruit het bestaat, schilderde Munch meerdere versies tot aan zijn dood toe. Het is een serie doeken, die samen licht werpen op alle wezenlijke menselijke ervaringen en emoties, stelt Fuchs. Munch baseerde deze ervaringen op zijn eigen leven, ‘maar wist de anekdotische vorm te vermijden’ en er een steeds universelere vorm aan te geven. Geen andere schilder heeft volgens Fuchs een dergelijk specifiek repertoire van onderwerpen en beeldmotieven ontwikkeld en het van het begin tot het eind van zijn carrière onderzocht, herhaald, gecombineerd en verdiept. Het levensfries bestaat uit allegorische symbolische voorstellingen van een ‘middeleeuws aandoende formaliteit’, met de ‘starheid van iconen’, aldus Fuchs.

Edvard Munch, Vampier, 1893/1894, olieverf op doek, 91 x 109 cm, Nationaal Galerie, Oslo
Edvard Munch, Vampier, 1893/1894, olieverf op doek, 91 x 109 cm, Nationaal Galerie, Oslo

Ze illustreren ‘op liturgische wijze’ angst en vreugde in elk mensenleven. Volgens Fuchs moet Munch stilistisch niet als vernieuwer worden gezien, zoals zijn exacte tijdgenoot Matisse, maar wel omdat hij zo compleet de emotie en psychologie van het mens-zijn verbeeldde. De thematiek van liefde: aantrekkingskracht en afwijzing van Het levensfries, sluiten volgens de auteurs Arnason en Prelinger naadloos aan bij het symbolisme.|
In tegenstelling tot Fuchs stelt Dieter Burchart, redacteur van Edvard Munch: Signs of Modern Art, dat Munch belangrijke stilistische bijdragen aan de geschiedenis van het modernisme levert. Vooral de periode tussen 1898 en 1908, vlak voor zijn zenuwinzinking, is één van de meest innovatieve perioden van de kunstenaar. Tijdens deze periode schildert hij Twee meisjes bij een appelboom, het enige olieverfschilderij van Munch in een Nederlands museum, museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam (zie afbeelding hieronder). Burchart schrijft dat Munch dan kleuren, lijnen en vlakken decoratiever gaat toepassen en dat hij streeft naar monumentaliteit. Burchart ziet een spanningsveld ontstaan tussen ruimtelijkheid en platheid in Munchs schilderijen van rond de eeuwwisseling. Tussen 1902 en 1908 experimenteert hij bovendien met fotografie. Dit is zichtbaar in Munchs schilderijen in de vorm van vervaagde figuren en close-ups. De eerste tien jaar van de twintigste eeuw werden ook door Munch zelf ervaren als de meest lonende jaren, artistiek gezien, van zijn leven. Maar ook als de ongelukkigste, in verband met zijn mislukte relaties met Tulla Larsen en de Engelse violiste Eva Mudocci. 
Diverse auteurs wijzen erop dat Munchs werk duidelijk invloed heeft gehad op het werk van de Duitse expressionisten. Tussen 1892 en 1908 exposeerde hij regelmatig in Duitsland. Hij woonde enige tijd in Berlijn, waar hij zijn Levensfries onder andere exposeerde in 1902 bij de Berliner Sezession. Een voorbeeld van een expressionistisch schilderij van Munch is zijn Zelfportret met een glas wijn uit 1906.  Zijn experimenten met de technische mogelijkheden van de houtsnede beïnvloeden de Duitse expressionisten van ‘Die Brücke’. Volgens Eggum had Munch bovendien invloed op 'de Fauves' in Frankrijk.

Twee meisjes bij een appelboom, 1905, olieverf op doek, 131 x 111 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Twee meisjes bij een appelboom, 1905, olieverf op doek, 131 x 111 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Huisje bij Aasgaardstrand

In 1898 kocht Edvard Munch een huis in het plaatsje Aasgaardstrand aan het Oslofjord, waar hij de zomers doorbracht. Twee meisjes bij een appelboom behoort tot een groep werken welke hij schilderde tussen 1902 en 1905. Op deze schilderijen zien we jonge vrouwen en meisjes, vaak in groepjes van twee of drie met op de achtergrond soms een huis en of een tuin in Aasgaardstrand. Munch koos zijn modellen uit de directe omgeving. Het is niet bekend wie de meisjes precies zijn. In tegenstelling tot zijn eerdere werken van Het levensfries, waren de schilderijen uit deze serie meteen populair. Het leidde er toe, dat Munch van vele (vooral Duitse) particulieren opdrachten kreeg tot het schilderen van portretten van hun kinderen. Portretkunst werd omstreeks 1904 een belangrijke vorm van inkomen voor Munch en in datzelfde jaar, bij zijn eerste expositie in Kopenhagen, presenteerde hij zijn portretten voor het eerst als groep op één tentoonstellingswand.
Kijken we in Edvard Munch: Complete Paintings, Catalogue Raisonné Vol. II 1898-1908 naar de Twee meisjes bij een appelboom om de positie ervan te bepalen binnen het oeuvre van Munch, dan valt op, dat Munch het thema van twee of drie meisjes (in een tuin) niet vaak geschilderd heeft. Op ruim 400 catalogusnummers komt dit beeldmotief ongeveer twintig keer voor, in zeer uiteenlopende variaties. Er kan uit de catalogus opgemaakt worden, op basis van een handmatige telling, dat landschappen en portretten het meest voorkomen tussen 1898 en 1908 in Munchs oeuvre. In de volgorde van ontstaan van beeldmotieven en thema’s valt echter geen systeem te ontdekken. Onderwerpen, genres en motieven wisselen elkaar onregelmatig af. Motieven uit Het levensfries vormen daarbij de rode draad. Sommige motieven komen in kleine groepjes voorbij, zoals naakten in een interieur, meisjes op een brug en twee meisjes in een tuin. Het verleent Twee meisjes bij een appelboom een unieke positie in Munchs oeuvre. Het is een kostbare schat in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.
 

Bronnen:

  • H.H. Arnason and Elisabeth C. Mansfield, History of Modern Art, Upper Saddle River London Singapore Toronto Tokyo Sydney Hong Kong Mexico City, 2010
  • Gerd Woll, Edvard Munch: Complete Paintings, Catalogue Raisonné Vol. II 1898-1908,  London, 2008
  • Elizabeth Prelinger, After the Scream: The late paintings of Edvard Munch, Atlanta (High Museum of Art), 2002
  • Rudi Fuchs, Tussen kunstenaars. Een Romance, Amsterdam, 2002
  • Ensor, Hodler, Kruyder, Munch: wegbereiders van het modernisme, Rotterdam (Museum Boymans-van Beuningen), 1988
  • Ragna Stang, Edvard Munch: Leven en werk, Amsterdam, 1979
     
MEER KUNST EN CULTUUR: