Dennis Oppenheim (1938 – 2011)

Van onze redactie
  
Zoals voor de meeste land-art-kunstenaars, was de fotografie ook voor Dennis Oppenheim een belangrijk medium, om zijn werk te kunnen tonen aan het publiek. Naast land art, wordt zijn werk tevens als conceptuele kunst geclassificeerd.

Dennis Oppenheim, Jaarringen, 1968, patroon van boomringen, doorsneden door de grens tussen de VS en Canada bij Fort Kent (Maine) en Claire (New Brunswick)
Dennis Oppenheim, Jaarringen, 1968, patroon van boomringen, doorsneden door de grens tussen de VS en Canada bij Fort Kent (Maine) en Claire (New Brunswick)

De Sneeuwmobiles (zie afbeelding) van Oppenheim werden bijna uitsluitend door middel van documentatiemateriaal gepresenteerd. Met een sneeuwmobile sneed hij ‘jaarringen’ uit in het ijs. Vergelijkbaar is het werk waarin hij patronen maakt in tarwevelden. In 1969 vervaardigde hij bijvoorbeeld Canceled Crop. Daarvoor ploegde hij een kruis dwars door een tarweveld van 216 bij 129 meter. Nota bene in Finsterwolde, een Gronings dorpje, waar de in de kunstwereld bekende boer Albert Waalkens een galerie had in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw, waar serieuze avant-garde kunst werd getoond. Een belangrijk aspect van dit soort werken van land art is dat deze bewust niet geschikt zijn voor verkoop, in tegenstelling tot gangbare kunstwerken als een beeldhouwwerk of een schilderij. Land-art-kunstenaars wilden de kunstmarkt ondermijnen. Een kenmerkende eigenschap die we ook terug zien bij conceptuele kunst. Een idee kan nu eenmaal moeilijk gekocht worden of het persoonlijk bezit van iemand zijn. Conceptuele kunstenaars wilden bovendien dat het kunstwerk niet alleen voor een rijke elite beschikbaar was, maar voor iedereen. 
Vanaf de jaren zeventig begon Oppenheim nadrukkelijker zijn eigen lichaam in te zetten voor zijn kunstwerken. Hij liet zijn lichaam natuurverschijnselen ondergaan, zoals in het werk Reading Position for Second Degree Burn. Op zijn rug liggend in de zon, met een boek op zijn buik, liet hij zijn huid kleuren door de zonnestralen. De uitsparing als gevolg van het boek werd zodoende duidelijk zichtbaar op zijn lichaam. Werk van Oppenheim uit deze periode vindt daarom ook aansluiting bij de kunststroming van de body art.
Op Documenta 5 en 6 (Kassel, 1972 en 1977) werd zijn werk gepresenteerd, een veelbetekenende gebeurtenis, omdat op deze internationale overzichtstentoonstelling steeds de actuele stand van zaken van de kunst wordt getoond. Het zegt dus veel over het belang, dat aan Oppenheims werk wordt gehecht. Ook werd zijn werk gepresenteerd op museale solotentoonstellingen, onder andere in 1972 in de Tate Gallery in Londen, 1979 in de Kunsthalle van Basel en in 1995 in de Kunstbunker Tumulka in München. Nederland eerde hem met twee grote retrospectieven: in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1974 en twee jaar later in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.