David Smith (1906 – 1965)

Van onze redactie
  
De Amerikaanse kunstenaar David Smith is bekend vanwege zijn sculpturen. Opvallend genoeg is dat hij nooit is opgeleid tot beeldhouwer. Hij studeerde tussen 1926 en 1932 schilderkunst bij John Sloan, die in realistische stijl schilderde, bij de Art Students League te New York. Aan het begin van de jaren dertig begon hij te experimenteren met het construeren van metalen sculpturen. Voorbeelden daarvan had hij gezien in het Franse tijdschrift Cahiers d’Art, van zowel Picasso als Julio González.

David Smith, Hudson River Landscape, 1951, gelast en gelakt staal en roestvrij staal, 127 x 187 x 42 cm, Whitney Museum of American Art, New York
David Smith, Hudson River Landscape, 1951, gelast en gelakt staal en roestvrij staal, 127 x 187 x 42 cm, Whitney Museum of American Art, New York

Het werken met metaal leerde hij als industrieel arbeider in fabrieken. Lassen leerde hij bijvoorbeeld halverwege de jaren twintig in een autofabriek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij werkzaam in een locomotievenfabriek. Zijn technische vaardigheden namen daardoor enorm toe als gevolg van het werk aan de - met betrekking tot vorm en constructie - gecompliceerde vormen.
In het vroege werk van Smith zijn elementen van het surrealisme te herkennen, welke hij ook ontleende aan de sculpturen van Picasso en González, maar ook aan het werk van de Zwitserse beeldhouwer en schilder Alberto Giacometti. In 1940 vertrok hij met zijn vrouw - beeldhouwer Dorothy Dehner - vanuit Brooklyn, naar de meer landelijke omgeving van Bolton Landing ten Noorden van New York. Deze nieuwe omgeving ging een prominente rol spelen in het werk en leven van de kunstenaar. Het grote sculptuur Hudson River Landscape (zie afbeelding) is één van de werken, welke hij baseerde op het landschap. Kenmerkend is de benaderingswijze van Smith van de sculptuur. Hij voerde deze uit als een ‘tekening in de ruimte’. Smith streefde ernaar schilderkunst en beeldhouwkunst te verenigen in zijn werk. De dynamiek van de lijnvoering in zijn sculptuur is te vergelijken met die van de 'action painting' van het abstract expressionisme. Er is een zekere verwantschap met het werk van schilders als Franz Kline en Willem de Kooning. De stalen figuren van Smith doen tegelijkertijd denken aan de vloeiende lijnen van de kalligrafie. Het meest wezenlijke is dat een werk als Hudson River Landscape bijna helemaal plat lijkt te zijn. Het is weliswaar ruimtelijke werk, maar het heeft een tweedimensionaal karakter. Frontaal beschouwd oogt het werk totaal anders dan vanaf zijaanzicht. Van het monumentale aanzien blijft er vanaf de zijkanten gezien maar weinig over, slechts een zijkantje, zoals we dat ook van een beschilderd doek gewend zijn. Vanuit de traditie van de beeldhouwkunst gezien, is dit hoogst ongebruikelijk. De kunstenaar plaatste tijdens de jaren vijftig en zestig meerdere van dergelijke kunstwerken in de omliggende velden van zijn woonomgeving. Door de ruime openingen van Hudson River Landscape lijkt het landschap - dat er doorheen kijkend zichtbaar blijft - onderdeel van het kunstwerk te worden. Bovendien lijkt ook de eigen ruimte, welke het werk inneemt, te worden vergroot.
Smith werkte meestal in series. Zo vervaardigde hij tussen 1952 en 1959 zijn Agricola (Latijn voor ‘boer’). Deels in periode overlappend maakte hij vervolgens van 1956 tot 1961 Sentinels (Schildwachten). Zijn laatste serie, waar hij vanaf 1961 aan werkte, de zogenaamde Cubi, zijn torens opgebouwd uit driedimensionale glad gepolijste geometrische grondvormen, als cylinders, balken en kubussen.
Smith kwam in mei 1965 om het leven bij een tragisch auto-ongeluk. Zijn sculpturen heeft hij vrijwel altijd zelf vervaardigd, zonder hulp van assistenten. Bij het maken besteedde hij veel tijd en aandacht aan het op ambachtelijke wijze bewerken van zijn sculpturen. De kunstenaar had een persoonlijke binding met elk van zijn kunstwerken. De materiaalkeuze, de keuze voor metaal, en de vormentaal van zijn werk - vooral van zijn laatste werken uit de Cubi reeks - heeft beslissende invloed gehad op het ontstaan van minimal art in de jaren zestig. Verschil is echter dat het geometrisch bepaalde werk van minimal art meestal juist als ‘onpersoonlijk’ wordt bestempeld. Kunstenaar Donald Judd bijvoorbeeld, liet de componenten van zijn werk industrieel vervaardigen en had geen belangstelling voor zijn materiaal en de technische persoonlijke bewerking van het oppervlak daarvan, welke Smith nu juist deelt met Barnett Newman, Pollock en andere abstract expressionisten.