Leonardo da Vinci (1452 – 1519)

'Uomo universale'

Van onze redactie

Da Vinci is een typisch voorbeeld van de ‘uomo universale’, wat in de tijd van de renaissance als ideaal gold. Hij was namelijk een alleskunner: kunstschilder, beeldhouwer, uitvinder, filosoof, schrijver, componist, ingenieur, natuurkundige, scheikundige en astronoom.

Leonardo da Vinci, Mona Lisa, ca. 1503, olieverf op hout, 77 x 53 cm, Musée du Louvre, Parijs
Leonardo da Vinci, Mona Lisa, ca. 1503, olieverf op hout, 77 x 53 cm, Musée du Louvre, Parijs

Misschien wel het meest bekend is de mysterieuze glimlach van zijn Mona Lisa, het portret dat in het Louvre in Parijs een echte publiekstrekker is. Ook tijdens zijn leven was hij een kunstenaar van hoog aanzien. Hij is de oudste van de drie kunstenaars, die worden aangeduid als de grote genieën van de renaissance. De andere twee zijn Michelangelo en Rafaël.
In 1452 werd de kunstenaar geboren in Toscane, vlak bij het dorpje Vinci. Over zijn jeugd is niet veel bekend, maar hij zou wel les aan huis hebben gehad in lezen, rekenen en schrijven en een paar lessen Latijn. Rondom de jaren zeventig van de vijftiende eeuw ging hij als hulp aan het werk in het atelier van de schilder Andrea del Verrocchio, van wie hij een gedegen opleiding kreeg tot kunstschilder en beeldhouwer. Minstens vier jaar lang bleef hij werken in het atelier van Verocchio, waar ook de beroemde renaissancekunstenaar Sandro Botticelli werkzaam was (zie diens meesterwerk De geboorte van Venus). Opvallend in het werk van da Vinci uit deze vroege periode zijn de zachte, verfijnde gelaatstrekken, en de gedetailleerde weergave van plooien in gewaden, krullende lokken van het haar en de zorgvuldige uitwerking van het landschap en de natuur.
 

Sfumato

Eén van de belangrijkste uitvindingen van Da Vinci is het ‘sfumato’, een schildertechniek waarbij de contouren van de figuren bewust worden vervaagd, door middel van het aanbrengen van meerdere transparante kleurlagen. Letterlijk betekent sfumato ‘rokerig’ of ‘mistig’ in het Italiaans. Met deze techniek bereikte hij een geleidelijke overgang van licht naar schaduw. Het publiek in zijn tijd was diep onder de indruk van het effect dat hij met deze zachte contouren wist te bereiken. Het resultaat oogde zo natuurlijk, dat het bijna lijkt of de door hem geschilderde personen leven. Ook Giorgione, een kunstenaar uit Venetië, paste deze techniek met veel succes toe, waarschijnlijk in navolging van da Vinci. De techniek van het sfumato werd door da Vinci verfijnd vanaf 1482, in de periode dat hij aan het hof van Ludovic Sforza in Milaan als portretschilder werkte. Veelzijdig als hij was, werkte hij daar overigens ook als ingenieur, uitvinder en organisator. In 1499 werd de hertog echter uit Milaan verdreven en Da Vinci keerde terug naar Florence. Daar kwam hij in dienst van Cesare Borgia, gedurende tien maanden. Het volgende jaar ontving hij een opdracht om een muurschildering voor het Palazzo Vecchio te maken. Hij werkte er drie jaar aan en liet het tenslotte onvoltooid achter.
 

Perspectief en natuurwetenschappen

Tussen 1495 en 1498 maakte Da Vinci zijn meesterwerk Het laatste avondmaal, een fresco voor het klooster Santa Maria delle Grazie te Milaan, waarin hij zijn uitmuntende beheersing van het perspectief demonstreert. In 1513 werd de kunstenaar naar Rome gehaald door zijn beschermheer Giuliano de’ Medici. In de laatste periode van zijn leven legde hij zich vooral toe op de natuurwetenschappen. Een paar jaar later werd hij door de Franse koning Frans I uitgenodigd om naar Frankrijk te komen. In Cloux bij Amboise bracht het artistieke genie zijn laatste levensjaren door.
 

SCHILDERIJEN DA VINCI