Claude Monet (1840 – 1926)

De grote meester van het impressionisme

Van onze redactie
  
De Franse kunstschilder Claude Monet geldt als één van de belangrijkste schilders van het impressionisme. Monet en Pierre-Auguste Renoir zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ontwikkelingen van de impressionistische stijl. Het schilderij Impression, soleil levant, dat Monet in 1872 schilderde, is de aanzet geweest tot de term ‘impressionisme’. Het schilderij werd in 1874 getoond tijdens een expositie, die gehouden werd in het atelier van fotograaf Nadar.

Claude Monet, Femme à l'ombrelle tournée vers la gauche (Nederlandse titel: Vrouw met parasol gedraaid naar links), 1886, olieverf op doek, 131 x 88 cm, Musée d'Orsay, Parijs
Claude Monet, Femme à l'ombrelle tournée vers la gauche (Nederlandse titel: Vrouw met parasol gedraaid naar links), 1886, olieverf op doek, 131 x 88 cm, Musée d'Orsay, Parijs

Door de bevriende landschapschilder Eugène Boudin ging Monet 1n 1855 ‘en plein air’, direct in de buitenlucht, schilderen. Toen hij later in Parijs woonde ging hij nog regelmatig schilderen in de natuur, samen met kunstenaars als Alfred Sisley, Frédéric Bazille en Renoir, welke hij ontmoet had in het atelier van de Zwitserse kunstenaar Charles Gleyre. Met deze kunstenaars zou hij halverwege de jaren zeventig van de negentiende eeuw de Société des Artistes Indépendants oprichten. Hij raakt eerst onder de indruk van het werk van de realistisch werkende kunstenaar Édouard Manet, waarvan het werk al enkele kenmerken van de latere impressionistische stijl vertoonde. In 1859 ging Monet studeren aan de Académie Suisse in Parijs. Daar leerde hij kunstenaars als Pissarro en Johan Barthold Jongkind kennen. Voor een korte periode reisde hij veel. Hij ging naar Rouen om Pissarro te bezoeken. En samen met Renoir bezocht hij kunstenaar Paul Cézanne aan de Franse Rivièra. Daarna diende hij twee jaar in het leger in Algerije.
 

Claude Monet, La gare Saint-Lazare, 1877, olieverf op doek, 75 x 104 cm, Musée d'Orsay, Parijs
Claude Monet, La gare Saint-Lazare, 1877, olieverf op doek, 75 x 104 cm, Musée d'Orsay, Parijs

Londen, Parijs en Giverny

Zijn eerste successen behaalde hij in 1865, toen hij exposeerde op de Salon, een groots opgezette jaarlijks terugkerende overzichtstentoonstelling in Parijs voor beeldende kunst. Critici waren vol lof over twee van zijn zeegezichten. Een jaar later werd hij geprezen om het portret van zijn vrouw Camille. Ondanks dit succes bleef hij lang in financiële problemen. Hij deelt in deze periode een atelier met Bazille en Renoir. Zie daarvoor het schilderij Het atelier van Bazille, geschilderd door Bazille. In 1869 wordt hij afgewezen door de Salon. Het volgende jaar verhuist hij naar Londen, vanwege het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog. In Londen ziet hij het werk van William Turner en John Constable. Daar wordt dan ook voor het eerst zijn eigen werk tentoongesteld, nadat hij kennis heeft gemaakt met de invloedrijke kunsthandelaar Durand-Ruel.
 

Tussen 1874 en 1886 organiseert Monet met de Société des Artistes Indépendants acht groepstentoonstellingen. Kunstcritici noemden de groep kunstenaars, die aan deze tentoonstellingen deelnemen, spottend ‘de impressionisten’, naar aanleiding van het schilderij Impression, soleil levant van Monet. Het schetsmatige, in losse toetsen opgezette, karakter van de impressionistische stijl was de aanleiding voor deze term, die nu nog steeds gebruikt wordt. Critici beschouwden de schilderijen eigenlijk meer als voorstudies voor het echte werk. Anders gezegd: het waren in hun ogen echter niet veel meer dan vluchtige impressies van de werkelijkheid.
Vier jaar na het overlijden van zijn vrouw,  In 1879, maakte Monet een reis met Renoir door het Middellandse Zeegebied. Daarna verhuisde hij voorgoed naar Giverny, ten Westen van Parijs op de weg naar Le Havre, waar zich zijn beroemde tuin met de grote waterpartijen en waterlelies bevindt. Maar hij verloor niet het contact met de avant-gardekunstenaars uit Parijs. Hij kreeg in Giverny regelmatig bezoek van toonaangevende kunstschilders uit zijn tijd, bijvoorbeeld John Singer Sargent, die hem bij die gelegenheid portretteerde. In 1886 exposeerde hij voor het laatst op de Wereldtentoonstelling van Parijs. Vanuit Giverny maakt hij nog enkele grote reizen. Vanaf 1899 stort hij zich op het maken van een monumentale serie van waterlelies, terwijl hij kampte met een oogaandoening. Zijn laatste werken zijn bijna volledige abstracties, die veel overeenkomsten vertonen met de schilderkunst van het latere abstract expressionisme.
In 1926 komt de kunstenaar op 86-jarige leeftijd te overlijden. Hij ligt begraven op de begraafplaats van de kerk te Giverny. Monet stond gedurende zijn carrière lang in het brandpunt van de avant-garde en bleef zichzelf ook na het impressionisme door ontwikkelen tot hij bijna volledig abstract schilderde. Zijn werk bevindt zich overal ter wereld in de grote musea voor moderne kunst, de bekende schilderijen van de waterlelies zijn deels te bewonderen in Musée Marmottan in Parijs.