Cimabue (ca. 1240-ná 1302)

Van onze redactie
  

Cimabue, ook bekend als Bencivenni of Cenni di Pepo, geldt als de leermeester van Giotto. Er is biografisch gezien feitelijk maar weinig bekend over de kunstenaar, dan dat hij geboren is in Florence en gestorven te Pisa. Meer is bekend over zijn werk, mede dankzij de geschriften van Vasari (1511-1574), die een kunstenaarsbiografie schreef over Italiaanse kunstschilders en architecten van de dertiende tot en met de zestiende eeuw. 

Cimabue, Tronende Madonna (Santa Trinita Madonna), tempera op hout, 385 x 223 cm, 1280-1290, Uffizi, Florence
Cimabue, Tronende Madonna (Santa Trinita Madonna), tempera op hout, 385 x 223 cm, 1280-1290, Uffizi, Florence

Cimabue realiseerde ondermeer altaarstukken op houten panelen, fresco's en mozaïeken voor de San Domenico te Arezzo, de Santa Croze en de Santa Trinita (Heilige Drievuldigheid) te Florence, de Duomo Santa Maria te Pisa en de grafkerk van de heilige Franciscus van Assisi te Assisi.
Zijn oeuvre wordt gerekend tot de Italiaanse gotiek, en wordt veelal beschouwd - samen met dat van Duccio - als het hoogtepunt op het gebied van schilderkunst van de tweede helft van de dertiende eeuw. Hij schilderde in een stijl, die door de Italianen werd aangeduid als 'de Griekse manier', waarmee men bedoelde, dat zijn werk beïnvloed is door de Byzantijnse schilderkunst (negende en tiende eeuw). De Tronende Madonna, welke Cimabue schilderde voor de Santa Trinita kerk te Florence tussen 1280 en 1290, vertoont duidelijk enkele stijlkenmerken van de Byzantijnse schilderkunst, zoals het overvloedige gebruik van goudverf, de hoekige scherpte van de plooival van de kledij, het statische karakter van gestileerde geïdealiseerde mensfiguren, het ontbreken van volumewerking/plasticiteit in de anatomie van deze mensfiguren, en het nagenoeg ontbreken van een ruimtelijk perspectivisch aandoende weergave. Toch geldt Cimabue tegelijkertijd als een vernieuwer, die een belangrijke eerste stap zette in de richting van de renaissance. Zijn mensfiguren zijn realistischer van proportie dan die van zijn middeleeuwse tijdgenoten, bovendien past de kunstenaar realistisch aandoende schaduwwerkingen toe. Maar volgens Vasari verbleekte de grootsheid van de vernieuwingen van Cimabue, toen het grotere licht van Giotto ging schijnen.