Alfred Stevens (1823-1906)

Van onze redactie
  

Omringd door kunst groeide de Belgische kunstschilder Alfred Emile Leopold Stevens op. Zijn vader Leopold was een kunstverzamelaar, die schilderijen van Delacroix en Géricault bezat. Ook de broers van Stevens kwamen in de kunstwereld terecht, Joseph net als Alfred als kunstschilder en Arthur als kunsthandelaar.  

Alfred Stevens, In the Country, ca. 1867, olieverf op doek, privécollectie
Alfred Stevens, In the Country, ca. 1867, olieverf op doek, privécollectie

Stevens werd aanvankelijk in België opgeleid door François-Joseph Navez, die zelf een leerling was geweest van Jacques-Louis David. Stevens kreeg van hem een strenge opleiding in de stijl van het neoclassicisme. Vanaf 1844 gaat Stevens echter bij Camille Roqueplan studeren in Parijs. Roqueplan schilderde in de stijl van de romantiek. Tijdens zijn studie bij Roqueplan krijgt Stevens ook enkele lessen op de École des Beaux Arts bij de beroemdste van Davids leerlingen Jean Auguste Dominique Ingres. Tijdens zijn studieperiode leert Stevens andere Belgische kunstenaars kennen, die zich in Parijs gevestigd hadden of daar studeerden, zoals Gustave Vanaise, Gustaaf Wappers, Edouard Hamman en Florent Willems. Vanaf 1847 begint Stevens te exposeren, onder meer op de Tentoonstelling van de Levende Meesters te Den Haag (1847, 1851), op de Salon van Brussel (1851, 1854) op de Salon van Parijs (1853) en op de Salon van Antwerpen (1854).
Aanvankelijk schildert hij schilderijen die tot de historiestukken moeten worden gerekend, gevolgd door een periode waarin hij maatschappijkritische geëngageerde schilderijen schildert, beïnvloed door Gustave Courbet. Hij blijft sociaal-realistische thema's schilderen tot omstreeks 1857. Zie bijvoorbeeld het schilderij Dat wat men landloperij noemt uit 1855 (afbeelding hier onder) Vanaf 1854 komt hij meer en meer naar buiten met wat zijn geliefde thematiek zal worden, taferelen met daarin elegante moderne vrouwen uit de gegoede burgerij, afgebeeld in de nieuwste mode van hun tijd geplaatst in hun tuin, of in hun rijkelijk versierd en luxe interieur, veelal met in zijn compositie een doorkijkje naar een andere chique ingerichte kamer. Stevens was een meester in het verbeelden van stofuitdrukking en verfijnd geschilderde details. Deze voorliefde voor het verfijnd afbeelden van elegant geklede vrouwen volgens de laatste mode, deelt Stevens met de Franse kunstenaar en tijdgenoot James Tissot.

Alfred Stevens, Dat wat men landloperij noemt, 1855, 132 x 195 cm, Musée d’Orsay, Parijs
Alfred Stevens, Dat wat men landloperij noemt, 1855, 132 x 195 cm, Musée d’Orsay, Parijs

In de jaren zestig van de negentiende eeuw krijgt zijn werk steeds meer waardering bij de juryleden van de Salon van Parijs en in 1863 krijgt Stevens een hoge onderscheiding en wordt hij ridder van het Légion d'Honneur. Vanwege zijn prettige persoonlijkheid, gevoel voor humor en intelligentie raakt Stevens in dezelfde periode gemakkelijk bevriend met vernieuwende kunstenaars als Édouard Manet, Edgar Degas, Johan Barthold Jongkind, Berthe Morisot en James Abbott McNeill Whistler. Stevens veroverde een belangrijke positie binnen de culturele wereld van Parijs en stond in aanzien bij kunstcritici als Charles Baudelaire en Théophile Gautier. In 1867 neemt Stevens deel aan de Wereldtentoonstelling van Parijs met achttien schilderijen, hij won een medaille eerste klas en werd opgemerkt door het Keizerlijke Hof. Hij werd bevorderd tot officier in het Légion d'Honneur en was vanaf dat moment regelmatig te gast op de salons, die door prinses Mathilde werden georganiseerd. Vanaf dat moment is Stevens carrière niet meer te stuiten en de kunst legt hem geen windeieren. De carrière van Stevens is in die zin vergelijkbaar met die van de Duitse kunstenaar Franz Xaver Winterhalter, al zou deze zich vooral specialiseren in het portretteren van Koninklijke personages. Stevens krijgt steeds meer contacten, en schildert onder meer ook in opdracht voor de Belgische Koning Leopold II. Hij raakt bevriend met beroemde tijdgenoten als de actrice Sarah Bernhardt, de schrijver Alexandre Dumas de componist Jacques Offenbach. De bekende Amerikaanse kunstverzamelaars, Henry en William Kissam Vanderbilt, oorspronkelijk van Nederlandse afkomst, behoorden tot de vaste verzamelaars van zijn werk.
Ondanks zijn lange vriendschap met een vernieuwende kunstenaar als Manet en verschillende andere impressionisten bleef Stevens schilderen in de realistische stijl, die hij in de periode 1850-1860 had ontwikkeld.

Alfred Stevens, De Parisienne Japonnaise, 1872, olieverf op doek, 105 × 150 cm,  Museum voor Moderne Kunst, Luik
Alfred Stevens, De Parisienne Japonnaise, 1872, olieverf op doek, 105 × 150 cm, Museum voor Moderne Kunst, Luik

Stevens was misschien geen opvallende vernieuwer, maar beslist een zeer gewaardeerd vakman. De rijkdom, die hij als kunstenaar vergaarde tijdens zijn leven werd door zijn vrienden, die tot de avant-garde behoorden wellicht minder gewaardeerd. Stevens legde een grote verzameling kunstobjecten, snuisterijen en meubilair aan uit verschillende stijlperioden en landen. In zijn schilderijen verwerkte hij ook graag exotische objecten uit zijn verzameling, bijvoorbeeld Japanse parasols, waaiers en kamerschermen. De belangstelling voor de Japanse kunst deelde hij met een kunstenaar als Whistler, die hij net als John Singer Sargent beïnvloedde hij met betrekking tot de thematiek van hun schilderijen; het bij voorkeur schilderen van rijke dames in een verfijnd en luxueus burgerinterieur. Ook de Italiaanse kunstenaar Giovanni Boldini en de Nederlandse kunstenaar Kees Van Dongen legden zich met succes op deze thematiek toe en hielden er een vergelijkbare levensstijl op na als Stevens. En dat was wel vernieuwend, vrouwen werd in zijn tijd vooral geschilderd in een historische rol, als symbolische personificatie of in een mythologische hoedanigheid. Toch schilderde Stevens niet alleen vrouwen uit de mondaine Parijse society, hij schilderde ook enkele vrouwspersonen gebaseerd op de Bijbel en Shakespeare, zoals Maria Magdalena, Ophelia, Salomé en Lady Macbeth, zoals tijdens het Fin de Siècle en vooral onder symbolisten heel gebruikelijk was.

Het werk van Stevens bevindt zich in tientallen grote musea ter wereld, waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam, Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen, het Art Institute of Chicago, de Hamburger Kunsthalle, de National Gallery in Londen, het Metropolitan Museum of Art in New York, het Louvre te Parijs en de Hermitage te St. Petersburg.
 

SCHILDERIJEN STEVENS