Jugendstil
- Het begin
De Jugendstil is een internationale kunststroming - tussen 1880 en 1914 - die zowel de schilderkunst , de kunstnijverheid, de architectuur, de
damesmode, de toegepaste kunsten (o.a. sieraden,
edelsmeedwerk, meubilair en glaskunst), als de grafische kunst wilde vernieuwen. in Engeland
ontstond aan het eind van de 19e eeuw als reactie op
de haastige industriële vervaardiging van
voorwerpen in kitscherige neostijlen de 'Arts and Crafts
movement'. Deze beweging wilde een
maatschappelijke hervorming bereiken en
propageerde dat producten niet door machines, maar
weer door secure ambachtelijke vervaardiging tot
stand zouden moeten komen, zoals in de tijden van
voor de Industriële Revolutie. De vernieuwingsbeweging
van de Jugendstil kwam min of meer voort uit de ideeën van William Morris (1834-1896)
één van de belangrijkste voormannen van de Arts
and Crafts movement. In zijn atelier maakte hij met zijn leerlingen ontwerpen op alle gebieden van de toegepaste kunst.
Ook bracht hij de ambachtelijke kalligrafie - de kunst van het lettertekenen met penseel of ganzenveer - weer onder de
aandacht, die sterk in de vergetelheid was geraakt
door de uitvinding van de drukpers. Jugendstil was
niet alleen een reactie op de uitbundigheid
van historiserende kunststromingen, maar ook op de vormvervaging, die kort ervoor
zo nadrukkelijk was toegepast door de Impressionisten.
|

Alfonse
Mucha (1860-1939), “Tanz", 1898
|
Jugendstil
en zijn synoniemen
De benaming 'Jugendstil', is afkomstig van het tijdschrift 'Jugend', dat vanaf 1896 in München werd
uitgegeven, een geïllustreerd weekblad "für Kunst &
Leben", dat was gedrukt in een lettertype dat
duidelijk de vernieuwende stijlkenmerken vertoonde van de
Jugendstil. Stijlen met verwante
stijlkenmerken kregen in de andere landen van Europa
dan Duitsland andere benamingen. Ze geven echter
allemaal aan: het is modern, het is nieuw, het is
jeugdig. Zo staat de Jugendstil in Frankrijk en België
bekend onder de naam 'Art Nouveau'.
Siegfried Bing, een belangrijke kunsthandelaar uit
Parijs was onder de indruk geraakt van de Japanse cultuur, die
sinds 1854 op de Europese en Amerikaanse markt te
zien was. Hij had zich erin gespecialiseerd en
exposeerde de Japanse kunst met nadruk in zijn galerie L’Art
Nouveau. Zijn galerie werd een belangrijke plek
voor de promotie van de vernieuwende kunst van
zijn tijd en de Jugendstil. Bing exposeerde o.a.
de vernieuwende glaskunst van de Amerikaanse
kunstenaar Louis Comfort Tiffany - vandaar dat de
naam van zijn galerie leidde tot de stijlnaam 'Art
Nouveau'. In Oostenrijk is er de term ' Sezessionstil'
en in Engeland spreekt van 'Modern Style', terwijl
men in Nederland naast Jugendstil en Art
Nouveau ook wel de term 'Nieuwe kunst' bezigt. Een
bekend voorbeeld van Nederlandse Art Nouveau is het
ontwerp dat Jan Toorop (1858-1928), dat hij in
1893 maakte voor
de slaoliefabriek NOF Calvé-Delft. Toorop past in
dat ontwerp geen enkele vorm van dieptewerking toe
- het oog tweedimensionaal, het is plat - en de restvlakken naast de vrouwenfiguren
vult hij volledig op met golvende lijnen. Het
levert de Jugendstil in Nederland de spottende
naam 'Slaoliestijl' op. De Belgische kunstenaar Henry Van de Velde
(1863-1957) was één belangrijke propagandist van
de Jugendstil en zijn vele andere benamingen. Ook
de publicatie van tijdschriften als 'Jugend',
'Revue Blanche' en 'Ver Sacrum' werkten
ondersteundend. Het boek 'The Yellow Book',
geschreven door de jong gestorven Engelse
kunstenaar Aubrey Beardsley (1872-1898) was ook
belangrijk voor de promotie van de
Jugendstil.
|

Jan
Toorop, ontwerp van het affiche "Delftsche
Slaolie",
1893
|
Kenmerken Jugendstil
De kunstenaars van de Jugendstil streefden naar
schoonheid en velen van hen wilden niet alleen de
kunst, maar ook de samenleving vernieuwen. Ze
hadden dan ook een optimistisch wereldbeeld en geloofden in de
toekomst. Onder welke naam, de stijl ook bekend
stond, overeenkomst is de toepassing van een golvende
- haast kalligrafische - lijn, die soms mede
bedoeld was om emoties mee uit te drukken.
Kunstenaars van de Jugendstil hadden een voorliefde voor het
toepassen van de voor hun tijd modernste technieken.
In de Jugendstil en Art Nouveau wordt veelvuldig
gebruik gemaakt van tweedimensionaal ogende
ornamenten. De motieven voor deze ornamenten
worden ontleend aan een belangrijke inspiratiebron
van de Jugendstil: de natuur. De ornamenten zijn
bijvoorbeeld afgeleid van plant-, bloem- en bladmotieven,
sierlijke plantenstengels en bloemknoppen. In België werden
plantmotieven sterk gestileerd, daaruit ontstond de
bekende dynamisch ogende 'zweepslaglijn' van de
Brusselse architect Victor Horta (1861-1947).
Maar ook dieren en vogels - zoals pauwen - komen
herhaaldelijk terug in de ornamenten, soms in
combinatie met slanke vrouwfiguren. Symboliek
speelde in veel kunstwerken een rol, beïnvloed
door het Symbolisme.
Ornamenten werden in de schilderkunst en ook in de
andere kunstuitingen bij voorkeur
gecombineerd in asymmetrische composities.
In de
architectuur vindt je de ornamentiek terug
in gevels, raampartijen, balkons en
wandversieringen. In de toegepaste kunst zie je
golvende ornamentele lijnen toegepast in de vormen
van lampen, straatlantaarns, zilverwerk, ijzeren
trapleuningen, hekwerken en meubilair. Naast het
gebruik van de sierlijke ornamenten is in de kunst
van de Jugendstil ook de invloed van de Japanse
houtsnede zichtbaar, o.a. door het toepassen van
grote lege vlakken binnen een compositie en het
gebruik van de waaiervorm. Een laatste kenmerk van
de Jugendstil is duidelijk zichtbaar in de grafische kunst,
zoals in het ontwerp van affiches, waar de lijn
immers een zeer belangrijk beeldelement is. Ten
tijde van de Jugendstil wilde men bij de
toepassing van lettertypes de relatie met
mechanische productie door een drukpers
doorberken, vandaar dat in één tekst de
letterhoogtes vaak opzettelijk werden gevarieerd.
|

Victor
Horta. "Trappenhuis in Hotel Tassel
te Brussel", 1893-1894
|
Bekende kunstenaars van de Jugendstil
Belangrijke schilders uit de periode van de
Jugendstil waren de Tsjech Alfonse Mucha, die met
name de affichekunst vernieuwde, de Oostenrijkers
Gustav Klimt, Max Klinger en Egon Schiele, de Fransen Pierre Puvis de Chevannes
en Aristide Maillol, de Zwitser Ferdinand Hodler,
de Nederlanders Jan Toorop en Johan Thorn-Prikker,
Richard Roland Holst (1869-1938) en Jan Toorp en
de Schot Charles Rennie Mackintosh. De Amerikaan
Louis Comfort Tiffany was belangrijk voor nieuwe
ontwikkelingen binnen de glaskunst. Hij vond de
methode uit om stukjes glas in koperfolie te
wikkelen om ze vervolgens aan elkaar te solderen.
Dit staat nog altijd bekend als
'Tiffany-glas'. Bekende architecten zijn de eerder
genoemde Victor Horta, waarvan werk te zien is in
het schitterende Horta Museum te Brussel. En
verder de Nederlander Hendrik Petrus Berlage (1856-1934),
bekend van de Beurs van Berlage - gebouwd tussen
1884 en 1903 - te Amsterdam en tot slot vooral
niet te vergeten de Spaanse
architect Antoni Gaudí (1852-1926), waarvan de
bekendste bouwwerken zijn te bewonderen in
Barcelona. Meest fascinerend is misschien wel zijn
onvoltooid gebleven buitengewoon imposante
kathedraal de Sagrada Família, waaraan men begon in
1883 en waar nog steeds aan wordt gebouwd. Goede voorbeelden van Franse Art Nouveau zijn de
typerende ingangen, gemaakt in siersmeedwerk van de metro
in Parijs door Hector Germain Guimard (1867-1942) en de
glas- en meubelontwerpen van Émile Gallé.
Het einde van de Jugendstil wordt gemarkeerd door
het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914.
Na de oorlog werden meer eisen gesteld aan de
functionaliteit van de vormgeving, bovendien had
het Expressionisme - ontstaan in 1905 - al aan
invloed gewonnen. Daarnaast ontstond er een sterke
tendens naar abstractie. Al deze aspecten
verenigden zich in nieuwe ideeën over kunst en
kunstnijverheid, dit kwam tot uitdrukking in het
ontstaan van nieuwe stijlen, zoals de Art deco en
het ontstaan van nieuwe kunsttheorieën, zoals
die, die door het Bauhaus werden ontwikkeld.
|