Impressionisme
Het impressionisme ontwikkelde zich in de jaren
zestig van de 19de eeuw in Frankrijk en wordt mede
beschouwd als het begin van de Moderne
Schilderkunst. Ook
de klassieke muziek en de literatuur zijn
beïnvloed door het Impressionisme. In 1874, elf jaar na de eerste Salon des Refusés
profileerde het Impressionisme zich voor het eerst
duidelijk. Ruim dertig jonge Franse kunstschilders
exposeerden samen 165 werken in een atelier te
Parijs, precies één maand voordat de officiële
jaarlijkse Salon zou worden geopend. De bezoekers
van deze eerste expositie van jonge Franse
schilders - waar o.a. Edgar Degas, Alfred Sisley,
Camille Pisarro, Eugène Boudin en Pierre Auguste
Renoir aan meededen - waren diep geschokt door de
tegenwoordig zo gewaardeerde impressionistische
schilderijen. En juist vanwege het schilderij 'Impression, soleil levant'
van Claude Monet uitte de journalist en kunstcriticus Louis Leroy in het Parijse blad Le Charivari van 25 april 1874
zijn hevige verontwaardiging en noemde de
exposanten denigrerend "les impressionistes".
Toch was deze vernieuwende beweging van jonge
kunstenaars toen al tien jaar gaande. Édouard Manet
was opgevallen door de afkeuring van zijn werk
door de officiële salonjury's. Zijn inmiddels
beroemde schilderijen 'Olympia' en 'Déjeuner sur l'herbe'
vormde immers de aanleiding voor de eerste
alternatieve Salon te Parijs: De Salon des Refusés in 1863.
|

Claude
Monet (Parijs 1840 - Giverny 1926), “Impression,
soleil levant", 1872,
olieverf op doek, 48 x 63 cm
(collectie Musée Marmottan Monet, Parijs)
|
Revolutionaire
beweging
Het impressionisme was revolutionair en keerde
zich tegen het schilderen in het atelier. In
tegenstelling tot de eeuwenlange traditie
schilderden de Impressionisten bij voorkeur
buiten. Bovendien schilderden ze geen
historiestukken vol nationalistisch triomfalisme
of schilderijen met een religieus of mythologisch
thema. Hun onderwerpen verbeelden geen probleemstelling of
onderliggende boodschap. Ze kozen voor inspiratie
uit het gewone leven van alledag. Ze schilderden
gewone burgers op een terras, uitstapjes naar de
kust, cafés en boulevards van Parijs, spelevaarten
van de bourgeoisie en repeterende balletmeisjes. Niet
te vergeten de natuurimpressies, waarin men vooral
de sfeer als gevolg van het seizoen, het zonlicht
en de luchtgesteldheid weergeeft. Ze wilden het juiste licht
en atmosfeer weergeven in een momentopname. De kunstenaars
gaven de natuur, de omgeving en het tafereel weer zoals die
er op een bepaald moment uitzag. Een schilderij moest dus snel gemaakt worden, omdat het beeld
als gevolg van verandering in de lichtval en
zonnestand immers weer zou veranderen en het
totale beeld er dus anders uit zou komen te zien.
Ze noemden zichzelf vanwege deze grote interesse
voor het licht ook wel 'illuministen' in
de periode tussen 1860-1874 voordat het
scheldwoord impressionisten was bedacht, dat
daarna ook met enige triomfantelijkheid door
henzelf werd gebruikt.
|

Pierre
Auguste Renoir (Limoges, 1841 -
Cagnes-sur-Mer, 1919). "Le Moulin de la Galette",
1876,
olieverf op doek, 131 x 175 cm
(collectie Musée d'Orsay, Parijs)
|
Stijlkenmerken
van het Impressionisme
Het was in meerdere opzichten een vernieuwende beweging in vergelijking met de toen officieel erkende
en veelvuldig toegepaste stijl van het Classicisme,
dat hogelijk werd gewaardeerd door de conservatieve salonjury's.
Want ook de stijl, waarin de schilders van van het
Impressionisme schilderden week volledig af van de
toen gangbare academische stijl. Omdat ze in de
natuur werkten - dus niet in een atelier met koud
neutraal licht uit het Noorden - waren de kleuren
in hun schilderijen opvallend lichter, schaduwen
kleurrijker, afgebeelde gezichten door het
wisselende zonlicht vlekkeriger en contouren van
vormen minder scherp. De impressionisten maakten
gebruik van nieuwe wetenschappelijke inzichten op
het gebied van de kleurenleer. Ze wisten dat er
drie primaire kleuren bestaan: rood, geel en
blauw. Ze wisten dat door menging van deze drie
kleuren de drie secundaire kleuren ontstaan:
groen, oranje en violet. Deze zes genoemde kleuren
vormen samen precies het scala van de kleuren van
de regenboog. En omdat de Impressionisten het
natuurlijke licht dat zij waarnamen zo
natuurgetrouw mogelijk wilden weergeven, gebruikten
ze bij voorkeur combinaties van deze zes
regenboogkleuren. Deze zes kleuren worden immers
ook zichtbaar bij het breken van het licht door
een prisma. Ze plaatsten de kleuren via vlot en losjes naast elkaar geplaatste
penseelstreken op het doek. Vanaf enige
afstand beschouwd mengen deze penseelstreken zich
optisch tot subtiele variaties in mengkleuren. De
duidelijk zichtbare verftoetsen versterken
bovendien de indruk, dat de schilderijen snel zijn gemaakt.
Het impressionisme beleeft haar hoogtepunt tussen
1874 en 1876 en blijft actief exposeren tot 1886.
Belangrijke kunstschilders zijn: Eugène Boudin, Mary Cassatt,
Gustave Caillebotte, Paul Cézanne, Emile Claus, Gustave Courbet, Edgar
Degas, Armand Guillaumin, Johan Barthold Jongkind,
Édouard Manet, Willard Metcalf, Claude Monet, Berthe
Morisot, Lilla Cabot Perry, Camille Pissarro, Pierre-Auguste
Renoir, Julia dos Santos Baptist, John Singer
Sargent, Georges Seurat, Paul Signac, Alfred
Sisley, Henri de Toulouse-Lautrec, Maurice Utrillo
en de beeldhouwers Camille Claudel, Aristide
Maillol en Auguste Rodin.
|