Barok
Met de term barok wordt een stijlperiode in de
beeldende kunst, architectuur, literatuur en
muziek aangeduid, die voortgekomen is uit de
Italiaanse Renaissance en het Maniërisme. De
periode van de barok startte in 1600. De eigenlijke start van de barok hangt af van streek tot streek, zo bloeide de barok al veel vroeger in Italië (Rome) terwijl in het noorden de Renaissance nog aan het nabloeien was.
De stijl werd uiteindelijk overal in Europa
toegepast en ook in de koloniën van de Europese
landen en heerste tot aan het eind van de 18de
eeuw. De naam barok is waarschijnlijk afgeleid van
het Portugeze woord 'barucca', waarmee een
bijzondere soort parels wordt aangeduid met een
zeldzame scheef afgeronde vorm. In de 18de eeuw
werd in Frankrijk iedere kunstvorm 'baroque'
genoemd, die niet aan de Classicistische smaak van
die tijd beantwoordde. Het woord baroque betekende
in dit verband 'in strijd met de regels' of
'gezwollen'. Deze negatieve typering van de stijl
verdween omstreeks het midden van de 19de
eeuw.
|

Andrea
Pozzo, Plafondschildering van de San
Ignazio, Rome (1691-1694)
|
Opdrachtgevers
Kerk en hof zijn de voornaamste opdrachtgevers van
de barokkunst geweest. Heersers zagen het effect van de dramatische
barok. Het Vaticaan benut de stijl bijvoorbeeld
tijdens de contrareformatie. Door veel pracht en praal te gebruiken in de bouwstijl van de kerken
probeerde de katholieke kerk, mensen te imponeren en zo
weer terug te krijgen in hun kerk. De barok wordt
aan het Franse hof toegepast. Lodewijk XIV maakt
dankbaar gebruik van de barok stijl om zijn
absolutistische ideeën uit te dragen. Hij liet
het imponerende rijk versierde paleis van
Versailles bouwen. In Nederland was ook de
stedelijke bourgeoisie een belangrijke
opdrachtgever. Het tijdperk van de barok wordt in
grote mate bepaald door dualistische principes,
met name door de spanning tussen geloof en
wetenschap. Van de in de Renaissance ontstane
genres bleven in de schilderkunst de historie, het
portret en het landschap bestaan. Het stilleven
werd tijdens de Barok ook een belangrijk genre.
Vooral kloosters, nieuwe kerken en paleizen boden
gelegenheid tot een verdere ontwikkeling van de
schilderkunst. De bouwkunst uit de barokperiode wordt gekenmerkt door het gebruik van dieptewerking met
ingewikkelde perspectieven en het veelvuldig gebruik van
ovale vormen. Verder door rijk en weelderig
materiaalgebruik, ingewikkelde patronen, nooit
ophoudende versieringen en goddelijke onderwerpen.
Een bekend barok bouwwerk is de Baldakijn boven
het hoofdaltaar in de Sint-Pietersbasiliek, ontworpen door
de Italiaan Gian Lorenzo Bernini.
|

Peter
Paul Rubens,
Diana en haar Nymfen verrast door de
Faunen (1638) |
Barokschilderkunst
Plafonds en zolderingen werden met nieuw elan
beschilderd, dit leidde tot grandioze vernieuwende
illusionistische taferelen. In deze
plafondschilderingen vindt men de specifieke
stijlkenmerken van de barok het duidelijkst terug.
De nieuwe dynamiek, die in de architectuur werd
toegepast, gaat een prachtige symbiose aan met de
schilderkunst en opent een ruimte naar
aangrenzende geschilderde schijnruimten door
middel van een tot virtuositeit ontwikkelde
perspectiefschilderkunst. De enorme weelde aan
beeldmiddelen en het overheersende pathos moesten
de toeschouwers ontroeren en meeslepen. De schilderkunst tijdens de barok kenmerkt zich door:
extreem realisme, voorkeur voor dramatische
effecten, groot licht/donker contrast, het
zogenaamde 'clair-obscur', emotie op de
gezichten en in de handgebaren van afgebeelde
personages, vaart en beweging in de bewegingen van
afgebeelde figuren, een berekende dieptebewerking
en het gebruik van diagonalen in de compositie.
Het pathos en het grootse gebaar waarmee een
schilder uit de Barok als Rubens zich uitdrukt is
typerend voor de barokschilderkunst. Hollandse
landschappen en stillevens echter, die in
Nederland voor de bourgeoisie werden geschilderd
vertonen in veel mindere mate deze pretentieuze
vorm van barokschilderkunst.
Beroemde schilders uit de barokperiode zijn uit de
Antwerpse school: Jacob Jordaens, Antoon van Dyck,
Peter Paul Rubens. Uit de Hollandse school: Samuel
van Hoogstraten, Jan Davidszoon de Heem, Pieter de
Hooch, Ferdinand Bol, Jan Steen, Paulus Potter,
Carel Fabritius, Rembrandt van Rijn, Frans Hals en
Jacob van Ruisdaal. Uit de Franse school:
Jean-Baptiste-Siméon Chardin, George de La Tour,
Claude Lorrain, Charles Le Brun en Louis Le Nain.
Uit de Italiaanse school: Canaletto, Pietro da
Cortona, Domenico Robusti, Giovanni Francesco
Grimaldi, Bartolomeo Manfredi, Caravaggio, Andrea
Pozzo, Bernardo Strozzi, Lodovico Caracci, Guido Reni en
Daniele Crespi.
|