Abstracte
schilderkunst
Deze schilderkunst duidt een voorstellingswijze
aan die afziet van elke relatie tot de visueel
waarneembare werkelijkheid. In de abstracte schilderkunst wordt
slechts gebruik gemaakt van beeldelementen als
kleur, lijn, vorm, ritme, toonwaarde en dergelijke. In dit verband
toegepaste begrippen als 'concrete schildering' of
'absolute schildering' benadrukken nog eens extra
dat de geschilderde lijnen en structuren volledig de plaats
innemen van een figuratief herkenbaar object. Hans Arp
betitelde zijn abstracte kunst als 'Concrete kunst' omdat
hij zijn werk juist veel concreter vond dan bijvoorbeeld een
schilderij van een interieur, een vaas bloemen of een
huis. De
non-objectieve schilderkunst is een wezenlijke
uitdrukkingsvorm geworden van de 20e eeuw.
|

Een
abstracte compositie van Piet Mondriaan
|
Definitie
en voorlopers van de abstractie
De
Franse kunsttheoreticus/kunstenaar Michel Seuphor
(pseudoniem voor Fernand Berckelaers) geeft een
definitie van abstracte kunst: "Alle kunst, die terecht slechts
vanuit een gezichtspunt van de harmonie, de
compositie, de ordening - dan wel de disharmonie,
de decompositie, de willekeurige wanorde - moet
worden beoordeeld is abstract." De aanzet tot
een losmaken van de schilderkunst van de
zintuiglijk waarneembare werkelijkheid vindt men
voor het eerst in stromingen aan het eind van de
19de eeuw/begin 20ste eeuw, zoals bijvoorbeeld in het
Impressionisme, het
Fauvisme en het Expressionisme.
In deze stromingen worden kleuren op abstracte
wijze gebruikt. Het bladerdek van een boom
bijvoorbeeld wordt niet langer automatisch in
groentinten
geschilderd, maar kan ook koud blauw, violet of
helderrood
zijn. Vele beroemde kunstenaars uit die periode
abstraheerden niet alleen de kleur, maar ook de vorm, zoals
bijvoorbeeld Paul Cézanne, die o.a. vormen sterk
vereenvoudigde richting geometrische grondvormen.
Ook de Kubistische kunst van kunstenaars als Georges Braque en
Picasso, bevatte reeds abstraherende elementen,
maar het duurde toch nog even voordat er een
volledig abstract schilderij werd geschilderd,
waarbij een herkenbare voorstelling volledig werd
losgelaten. Tussen 1907 en 1910 zijn historisch
gezien de eerste volledig abstracte schilderijen
ontstaan met o.a. het
schilderij Caoutchouc van Francis Picabia en met
Kandinsky's eerste abstracte aquarel.
|

Een
abstracte dripping van Jackson Pollock
|
Geometrie
tegenover Expressionisme
In de ontwikkeling van de abstracte schilderkunst,
die ook in de hedendaagse kunst nog steeds nieuwe variaties oplevert,
kan men twee grote stromingen onderscheiden: een
geometrisch georiënteerde abstracte schilderkunst,
begonnen bij het Suprematisme van
de Russische schilder Malevitsj en het Constructivisme van de
Nederlandse kunstenaar Piet Mondriaan, ontstaan
tussen ca. 1910 en 1920. Kunstenaars, die in een
van die stijlen schilderden of in een mengvorm
daarvan zijn Kasimir Malevitsj, Vladimir Tatlin,
El Lissitzky, Theo van Doesburg, Piet Mondriaan en
Bart van der Leck.
Daarnaast is er het Abstract Expressionisme, waarbij
vorm en kleur vaak willekeurig (lijken te) zijn toegepast en
zo vanuit het onbewuste de gevoelens en
indrukken van de kunstenaar uitdrukken.
Deze vorm van abstractie, bloeide vooral na de Tweede
wereldoorlog in Europa ('Ecole de Paris'), met
schilders las Jean Bazaine, Roger Bissière en
Pierre Soulages en in Amerika (New York), met
bekende kunstenaars als Jackson Pollock, Mark
Rothko, Robert Motherwell en Mark Tobey. Zie in
dit verband ook de Lyrische
Abstractie. Dit
Abstract Expressionisme heeft uiteindelijk zijn
vervolg gekregen in een volledig automatisch
schilderen, waarbij het proces van het schilderen hoofdzaak
was geworden. Bekend is in dit verband Jackson
Pollock met zijn 'drippings', wellicht geïnspireerd door
de Surrealist Max Ernst. Met zijn schijnbaar allerminst beheerste
opbrengen van verf, wordt de toevalsfactor van deze
abstracte schilderkunst goed duidelijk.
|